Näaäaäapepapegaaien

mei 21, 2007

Ik weet het nog als was het de dag van gisteren. Want het was eergisteren. Ik zat op de bank. Minding my own business. TV stond aan (hij deed het warempel, de box). Een voetbalwedstrijd. De wedstrijd was zo saai, dat ik een beetje mijn telefoon zat te onderzoeken. Zodanig dat je zou zweren dat ik er een nieuw knopje op had laten plaatsen. Wat -helaas- niet het geval is, want de mogelijkheden worden dan NOG… maar dat terzijde.”Hij lijkt wel Bokito.” Ik hoor het hem nog zeggen. Met een grinnik erachteraan. De commentator had -net als heel Nederland intussen- bedacht dat het wel leuk zou zijn om dit eens te zeggen. Tijdens een voetbalwedstrijd, want daar lopen wel vaker losgeslagen gekken rond. Er waren denk ik al 70 minuten gespeeld en hij had de opmerking nog niet gemaakt. Werd het hem in de rust ingefluisterd? Kwam hij er zelf op? Van tevoren? Ineens? Hoe had ie het in godsnaam verzonnen? Het kostte wel de nodige moeite om dit geweldige staaltje van creativiteit te verzinnen natuurlijk.Vooruit dan. Het was een neger. Een neeeeger. Die toevallig tijdens een stevig duel ietwat heetgebakerd was. En als je betaald voetbal speelt, dan mag je best wel wat (…)verbetenheid VERWACHTEN. Nou moet ik eerlijk zeggen, dat toen ik het hoorde en opkeek, ik toch heel even dacht dat mijn tv tot leven was gekomen. Als een levende neger. Met voetbalschoenen aan. Met scheenbeschermers aan. Zwetend naar stink en stinkend naar zweet. Met dat getik van die noppen op mijn vloer. No way. Maar dat was gelukkig niet zo.

Ondanks dat ik van schrik -deels boosheid wegens het feit dat het om een neger ging- bijna mijn telefoon uit mijn hand liet vallen, blijf ik erbij: hij had dit niet mogen zeggen. Dat is de politiek correcte uitleg. Laat dat dan over aan de mensen die in de politiek actief zijn. Niet weer tijdens voetbal.

Wat ik eigenlijk wil zeggen is:

In iedereen schuilt een Bokito. Soms zie je het heel duidelijk aan een persoon, soms komt het ineens opzetten bij iemand. Als je dit toepast op ‘wat goed is, komt snel’, weet je tenminste -of helaas in enkele gevallen- gelijk waar je aan toe bent. In het geval van ‘de tijd zal het leren’, kan je je er alvast op voorbereiden dat wannéér het gebeurt, het NIET zomaar aan je neus voorbij zal gaan.

Neem dit nog mee in je achterhoofd: wie een kuil graaft voor een ander, ziet niet dat Bokito zich achter een boom staat te verschuilen.

 

 
 2007