Het was met mijn neef en twee vrienden. De drank kwam via groene (Heineken-)blikjes in sneltreinvaart voorbij. Dropkleurige (lees: diepzwarte) shots als intercity’s. Met als opdracht: haal de groene sneltrein in. Het was toen net middernacht. Van kroeg naar disco naar bar-dancing, ik weet het niet meer. De naam van de bewuste tenten ging sneller mijn hoofd uit dan in. Mijn kop was inmiddels geïmplodeerd door de drank. Mijn lichaam wilde RUST. Toch op de been gebleven. Toen we uiteindelijk naar huis liepen, wist ik niet meer waar ik was. Wel Nederland gokte ik. Naar boven, binnen nog een trap en naar zijn kamer. Het was een studentenflatgebeuren. Achtergrondinformatie? Nou, nee. Kon werkelijk niets meer behalve me uitkleden, op mijn boxer na. Moest ook erg nodig pissen. Teruggekomen op de kamer, wilde m’n neef nog een dvd kijken. Hij vroeg het me maar ik heb een vaag vermoeden dat hij nu nog steeds op antwoord wacht. En dit is jaren geleden. Ik viel op de matras neer en viel in een heel diep zwart gat. Wat draaide en draaide en draaide. Alsof ik steeds dieper en dieper in het matras verdween. Al draaiend.Star Trek. Met die gedachte opende ik mijn ogen. Voor mijn gevoel stond ik werkelijk waar vijf minuten geleden nog VOOR mijn matras. Ik viel toen nog -van het pad af/uit mijn panty/uit m’n dak en nog meer van die vreemde uitdrukkingen- op mijn matras. Maar nu: ineens KLAARwakker. Ik stond rechtop. Het is fris. Hoewel, KLAARwakker: ben in een slechte film terechtgekomen. Helaas geen film die ik zelf zou kijken, maar die van een geflipte persoon. God Allmighty himself. Wie anders zou dit kunnen verzinnen. Het eerste wat ik zie is een deur, recht voor me. Een mooie deur. Rechts een muur. Een blinde muur; hoopte ik vurig achteraf. En toen: flitsen. Namelijk van besef. Ik besefte me ineens dat mijn hand ergens op rustte. Ik besefte me ook ineens dat ik op blote voeten stond. Ik besefte me bovenDIEN ineens dat het niet gewoon fris was, maar echt FRIS. Daar voor die bewuste deur. Toen ik naar beneden keek, besefte ik me ineens.. dat deze film wel erg slecht was. Met een vreemdere wending dan ik in eerste instantie dacht. Mijn hand rustte namelijk op mijn penis. Op een manier als zou iemand mij daar zien. Slechts voor de beeldvorming. Ik stond op blote voeten, dus dat vermoeden klopte ook nog. Ergste van alles was dat mijn hand blijkbaar die dag was getransformeerd tot kledingstuk. Want dat was het enige wat op kleding leek. Met enige fantasie. Ik stond daar.. laat ik het maar gewoon zeggen: butt-naked.Ik draaide me om. Nog een muur. Geen deur gelukkig. Ik keek nog maar eens naar beneden. Naakt. Keek naar achteren. Ik had helaas geen nieuw soort kleding aan. Halve broeken of zo, met alleen achterkant. Ook aan die kant: naakt. Ik keek naar links en daar had je het gedonder al: de trap naar beneden, de straat. Mijn geluk: de straat had zo’n f***ing brede stoep. Toch begon me toen te dagen dat dit best eens erg lelijk zou kunnen aflopen. Voor zover er nog gradaties waren te bedenken. Het was al licht, ochtend gokte ik. Een fietsbel! Oh shit. Vanaf dat moment begon ik pas met nadenken. Waar de **** ben ik? Ik had het huis alleen in het donker gezien. Dus kon voor mijn part best in Duitsland voor iemands deur hebben gestaan. Geen naambordje. Nee, natuurlijk niet. Waarom zou je? Voor dit soort momenten misschien? SjiiT, is de postbode al geweest? Zou ik aanbellen? Durfde ik? Zou i.. IK MOEST WEL. Met mijn rechterhand (per slot van rekening ben ik rechtsdragend) op mijn zaakje en mijn linkerhand zwevend voor de bel. Waarom zwevend? Op bepaalde momenten in je leven moet je je verhaal klaar hebben en dit was duidelijk zo’n moment.3 x aangebeld en ik werd -hoe bizar het ook klinkt- erg ongeduldig. De deur ging open. Een student. Met een kater van hier tot Turkije en terug. Misschien had hij het niet door dacht ik nog. Sja, je denkt wat af… Hij leunde tegen de deur met zijn hoofd. Alsof hij dacht: “Neger, al zou Selma Hayek/Halle Berry/Beyoncé hier staan, ik wil gewoon alleen maar mijn roes uitslapen. Maar ik ben wel benieuwd naar dit verhaal. Dus kom maar op.. maar wel snel voor ik van gedachten verander en de deur sluit.” Dat leunen deed hij trouwens pas nadat hij mij had gezien. Na deze seconden van stilte die in mijn belevingswereld en lichamelijke toestand wel 3 uur leek te duren, hief ik mijn hand op -mijn linker- en zei: “Ik ga hier geen lang verhaal van maken. Woont ….. hier? Hij is mijn neef.” Ik wees hem fijntjes op mijn huidskleur. Dit had allerlei andere gevolgen kunnen hebben, want stel je voor dat hij DE LINK niet zou zien?? Weet niet hoe de sociale samenstelling in de buurt.. afijn. Hij zei:”Ja.” “Ok, we zijn gisteren gaan stappen, hier naartoe gekomen en ja.. nu weet jij net zoveel als ik. Mag ik binnenkomen? Dan zal je het morgen wel of niet horen, maar ik moet nu echt mijn roes uitslapen en iets proberen te vergeten.” Hij keek me aan, deed iets met de deur en deed een stap naar achteren. Hij keek achter de deur, bukte en raapte iets op. “Is dit van jou?” zei hij. Mijn boxer. Bovenop de reclame en post. “Ja!” DACHT ik. Niets ZEI ik. Met mijn ogen open als was Mozes nu de meester van de Rode Zee EN mijn ogen. Wijd open. In gedachten dan hè. Gepuzzel in mijn hoofd was de rode draad van dit verhaal. Ik pakte hem over, met links, en hij liep, nietszeggend naar boven. Gelukkig spreekt de etiquette niets voor over mannen in kleren en mannen zonder kleren. Ik mocht achter hem aanlopen en hoefde (en volgens mij gelukkig ook ‘mocht’) niet voorop. Binnengekomen trok ik mijn boxer aan en liep de trap op. Stiekem liep ik de kamer weer in. Neef sliep en dat ging ik ook doen. Een hele vage ervaring rijker.’s Morgens geprobeerd het uit te leggen. Niet over het waarom, want dat wist niemand. Maar over het ‘wat’. Maar m’n neef wilde mij slaan denk ik op een gegeven moment. Ik was gek en moest normaal doen. Dat dacht ik ook, dus dat was geen nieuws. Na een half uur heb ik het laten gaan, want het werd vervelend. We hoorden de buurjongen in het huis rommelen, de rest scheen bij hun ouders te zijn. M’n neef ging de keuken in. Hij zou het wel even vragen. En als het niet waar was, nou… Ik on the other hand had weinig tot geen twijfel, want ja laten we wel wezen: ik was erBIJ. Toen ik ze hoorde lachen, was dat het sein voor mij om de cirkel te doorbreken en erbij te gaan staan. Daarna hebben we met z’n 3-en verschrikkelijk staan lachen uit ongeloof en verbazing en weet-ik-wat-meer. Nadat ik de schaamte voorbij was, vroeg ik me ineens hardop af of hij mij wel herkende. Met kleren aan. Moeilijk, maar dat deed hij wel. Daarna met de staart tussen de benen gevlucht naar huis, weg van daar. Waar ik bij het vertellen de ene na de andere lachbui moest verduren. Waar ik inmiddels aan gewend ben. In den beginne zeer zeker NIET, want… het blijft een vreemde gewaarwording.Dit was een eenmalige actie en is ook nooit meer herhaald. Niet door mij in ieder geval. En zal ook nooit en te nimmer meer gebeuren, hoe graag (sommige) mensen dit ook willen. Van mij uit gezien: sluit deuren en ramen voor het slapen gaan. Dit is nooit begrepen door niemand die het verhaal kent. Ook niet door mij. Slechts dat het een vage actie is geweest, dat staat als een paal boven water. Mijn onbewuste ik wilde er ook eens uit, daar houd ik het op.

Voor degene die denkt: wat zou ik in godsnaam doen op zo’n moment? De bel gaat, het is vrij vroeg en je verwacht niemand.
Kijk dan als eerste of er een boxer of slip op de deurmat ligt, want: een blote neger voor je deur, geeft je ochtend vast meer kleur.

2007

 

 

 

 

 

Draai het woord ‘regen’ om en je krijgt ‘neger’. Er zit verder geen bedoeling achter deze visie. Maar toch ging ik, met die gedachte in mijn hoofd, naar de AH.Na een korte rit aangekomen bij de AH. Mijn lijstje afgelopen en vervolgens kwam ik bij de broodafdeling. Pakte een zak krentenbollen en stopte die al verderlopend in mijn mandje. Ware het niet dat er links van me iemand met een winkelwagentje héél snel mij wilde inhalen. Bijna-botsing. Ik bleef staan, draaide me om en keek haar aan.
Een oudere vrouw. Die een aantal seconden hiervoor bijna mijn been zou breken -voor een simpel brood- was ineens getransformeerd in een lief, onschuldig traag oud vrouwtje:”Oh… sorry…” Ik zei niets, lachte als een boer met kiespijn en liep in de tegenovergestelde richting weg.
Op zulke momenten moet je ergens een Zen-fase aanboren in je lijf. Rust. Een stil plekje. Zorgen dat het je niet gaat overmeesteren, want anders heb je de poppen aan het dansen. In de AH notabene. En bovendien dacht ik: ach, die dingen kunnen gebeuren. Verder gewinkeld en naar de kassa gelopen. Afgerekend, maar ik moest ook nog sigaretten hebben.
Dus loop ik naar de balie alwaar loten, sigaretten, kranten en dergelijke worden verkocht. Twee vrouwen voor me, eentje liep al weg, dus ik installeer mezelf achter die andere dame. Zij is binnen twee seconden klaar en ik pak mijn spullen, klaar voor de tas-aan-voetsleep-actie naar voren.
Komt er ineens van de rechterkant een Ferrari-Oma in mijn beeld. Alsof er werd geroepen: gratis 50 euro biljetten hier. Jawel. De vrouw van het bijna-brood-incident. Weer kijkt ze me aan, zogenaamd verontschuldigend. Ik stond daar nog met mijn boodschappen. In eerste instantie slepend en wel. Daarna zoekend -als een bezetene- naar de Zen-fase. De gedachte ‘ach, die dingen kunnen gebeuren’ werd steeds meer een illusie in mijn hoofd.

Terwijl ik moedeloos mijn sleepfestijn voortzette, kwam er van links een man van rond de 55 ook weer mijn beeld inlopen. Voor me kruipen als een jonge hond. Hij was wel ouder, maar het was geen opa met loopstok of rollator. Een stuk fitter. Als klap op de vuurpijl legde hij zijn geld alvast op de balie.
Binnenin mijn hoofd hoorde je een geluid van een band van vroeger. Zij hadden ooit een hit. (I’ve got the) Power. Ik heb het hier over SNAP! Plus de tekst ‘Beam Me Up Scotty!’. PLEASE Scotty. Please..

De Zen-fase.. lag op dat moment bij het grof vuil. De vrouw was stilletjes weggelopen denk ik. Zij was veranderd in een vlek. Zal wel door die vlekken voor mijn ogen zijn geweest. Misschien was ze een stukje opgeschoven. Ik weet het niet.
“Hey hallo, ik sta hier niet voor de grap hè?”, zei ik, “Die vrouw hier zonet ook al.” Was al verdwenen. Vrij rustig hield ik me. Terwijl ik mijn spullen oppakte en aan de balie ging staan. Het werd een volksvermaak. Iedereen stond erbij en keek ernaar. “Ik zeg toch niks?”, durfde de Asociale Hond nog tegen te spreken. Terwijl hij dat zei, hoorde ik hem dat dus zeggen. Dus hij lulde. En met mensen die lullen, moet je geen discussies aangaan. Hij hield vol:”Dat zeg ik toch niet? Wat zeg je dan?” Ik keek hem aan en naar de dame achter de balie. Ik wilde gewoon sigaretten bestellen. “Laat het maar” zei ik. Hij ging door. Geen idee wat hij in zijn hoofd haalde. Toen hij door bleef gaan “Wat dan? Ik leg toch alleen mijn geld hier neer? Ik heb toch nog niets besteld en…” draaide ik me naar hem toe en keek hem van dichtbij aan. Bijna als antwoord op zijn uitdagingen, want hij ging ermee door.
Op momenten van onrechtvaardigheid komt er een vervelend mannetje in mij opzetten. Ook al was het een oudere man. Die tegenwoordig “gratis respect” willen krijgen. Wel, dat is best, maar niet van mij.
Ik zei “Laat het nou maar” en toen waren de kassa-meisjes achter me niet eens meer aan het scannen, want ik zei het vrij hard. “Mag ik een pakje Marlboro van je? Dankjewel, doeiiiii!!”
Zij stond aan mijn kant (hoop ik) en zei nog doei terug.

Ik vertel met dit verhaal de ene kant. Met een ontvlambaardere Surinamer dan ondergetekende, zou hetzelfde verhaal klinken: “Blanke oudere man in elkaar geslagen door Surinamer om sigaretten” of “Agressie in supermarkten neemt toe, vooral onder allochtone mannen”.
Overdrijf ik hiermee? Wel, hoe je dit ook opvat, het zal je iets vertellen over je eigen realiteitsbesef.
Hopelijk kom ik de AH nog in na dit akkefietje.

Oudjes. Hm. Ze moesten vast en zeker denken: beter een neger genegerd dan de regen genegeerd.

2007