Waterbuffel Vs. Os

oktober 8, 2007

“Surinamer”.Dat was mijn antwoord op de vraag van een collega toen deze mij ooit vroeg: “Wat ben jij?”. Ook heb ik wel eens gereageerd met “Suriname”. Toen er werd gevraagd: “Waar kom je vandaan?”. In beide gevallen ging het om twee totaal verschillende onderwerpen (‘ben je interne of externe medewerker’ en ‘in welke stad woon jij’). Toch moest en zou ik per se die antwoorden geven. Alleen maar om de sufheid van de vraag in het antwoord te laten uitkomen.Een moment van ‘verstandsverbijstering’. ??? Vragende, nee ontkennende ogen. “Nee, dat bedoel……”, waarna de spanning een seconde lang te snijden is. Om direct daarna weg te duiken voordat je iets naar je hoofd geslingerd krijgt. Hetzij een stuk ongecensureerde tekst (in woord en gebaar, geen papier), een propje (wel van papier), hetzij een beeldscherm (…hard). Bureaustoelen hebben meestal ergens zachte delen. De kans is, hoewel klein, toch aanwezig dat dat zachte stuk op je hoofd terechtkomt. De gooier zal die gok niet durven wagen. Hij zal kiezen voor het beeldscherm. Toch moet je op dat moment hopen dat diegene daadwerkelijk overschakelt naar het beeldscherm. Pijnlijk.. dat wel, maar ‘het zachte deel’ van een stoel waar iemand de hele godganse dag zijn achterwerk op parkeert, in je ge-zicht….Eigenlijk zijn deze eerste twee gevallen van een buitencategorie. Het onzin-boemerang-effect. Bullshit keert terug naar de bron alwaar de stier heeft gekakt. Een beetje Elvis Presley er doorheen: return to sender. Address unknown. Of… oh nee, ik weet het wèl… alssssssjebliefffttt!! U vraagt, wij draaien. De onzin wordt gevraagd en de onzin zult u krijgen. Linea recta terug naar de aanbieder. Een veel geziene zaak op het moment dat bijvoorbeeld een voetbaltrainer wordt geïnterviewd. Hier wordt de onzin ondergedompeld in eigen onzin, die echter onbewust wordt geuit.

De zojuist gewonnen wedstrijd tegen een subtopper is net achter de rug en de trainer zegt tijdens een tunnel(daar stonden ze)-interview na een dramatisch verlopen wedstrijd, behalve in de score: “Het spel was niet echt heel erg goed hè?” “Ja, dat kan wel zijn, maar we hebben wel drie punten gepakt. En een paar keer gescoord, één ‘kool’ tegen. Zo. Nou, wacht maar tot we een keer echt gaan voetballen. Wacht maar. Nou, dan…” Zijn woorden stierven in -ongekende- schoonheid. Ze stierven niet, ze werden van drie kanten tegelijk aangevallen door een moorddadige bloeddorstige bende met het mes tussen de tanden, want hij wist het ook ècht niet (en de supporters maar wachten). In die specifieke week zei hij het minstens twee verschillende keren, die ik met eigen ogen heb mogen aanschouwen. ‘Wacht maar’. En de supporters… die wachten nog steeds. Nu zit hij in het vliegtuig naar Londen.

Verschrikkelijk. Enig in zijn soort. Onnavolgbaar. Ik ken spelers van vroeger die dat ook waren. Een Maradona. Een Cruijff. Onzinluller nummer één, maar dat terzijde. Voetballers van nu. Een Cristiano Ronaldo. Een Ronaldinho. Een Messi. Ook noem ik een Fabian Saro. Het verschil tussen de eerste vijf is dat zij over het algemeen wisten waar ze mee bezig waren. Ik aan de andere kant begin het nu zo langzamerhand een beetje door te krijgen. Maar ik weet het van mezelf. Scharen (zelf gemaakte) zullen mijn benen breken. Of doen bloeden (de metalen variant). Toch houd ik me goed staande tussen het kap- en draaiwerk in de zaal. Omdat ik weet wat ik kan. Dus doe ik geen onzin (sta ik toch wel mooi in een leuk rijtje).

Marco van Basten houdt zich ook staande. Hij doet dat met onzin. De ergste van zijn soort. De ik-ben-de-master-en-de-rest-is-gek-onzin: TO-TA-LE onzin. Ik geef het ze gewoon zo, kijken hoe ze reageren. Ik vraag mij werkelijk waar af of alle mensen in zijn omgeving het er gewoon niet over hebben. Stel dat je hem persoonlijk kent. De dag komt stééds dichterbij dat een (inmiddels soort van ex-)international als Seedorf of Van Bommel om twee zijstraten te noemen, dusdanig gefrustreerd raakt door MvB dat San Marco een flinke linkse en/of rechtse directe krijgt. Bovenop zijn oog. Ga je de dag erna met hem praten over zijn nieuwe schoenen, zijn nieuwe auto, zijn goeie pot golf die hij laatst heeft gespeeld en het voetbalgedeelte in zijn leven constant verzwijgen? Terwijl je schoenen helemaal doorweekt zijn met het bloed wat uit zijn oog loopt? Of ga je hem als een vent eens effe een uur lang héél hard door elkaar schudden (eventueel aangevuld met het uitgebreide assortiment nieuw ontwikkelde bitch-slaps) en vragen, nee schrééuwen: “Wat de ****** is er met jou aan de hand man??????? Sjeeeeeeeeezes, en nu ga JIJ als de donder je excuses aanbieden aan Seedorf/Van Bommel, hem selecteren en verder een doekje op je oog leggen.”

Ik heb geen plaats ingeruimd voor George W. Bush. Hyves is zelfs na 100 make-overs te klein voor Bush’… meldingen. Uitspraken. Mededelingen. Dit stuk gaat over onzin. Ik heb het niet over domheid hier.

Nee, de pure kracht van een willekeurig individu om onzin te spuien. Soms bewust, soms onbewust. De ‘bewuste’ is gevaarlijk. Die wordt gebracht als zijnde de waarheid. Trap er niet in. De ‘onbewuste’…kan gebeuren. Als de eerste hoor- en/of ruikbare scheet die je bij je nieuwe vriend(innetje) laat. Sjiiiiiiiiii… Die dingen gebeuren gewoon. Laat het allemaal over je heen komen. Niet de scheet. Houd er rekening mee in het dagelijks leven, want voor je het weet, heb je het weer gemist. Eigenlijk als een man die aan seks denkt: de he-le dag dóór. In soorten en maten die we zelf niet kennen totdat de ‘totale’ onzin onze mond -helaas- reeds heeft verlaten…

‘Euh… waterbuffel.’ Het hilarische antwoord na een paar lange minuten. Als ik dat woord tien keer in mijn leven heb uitgesproken, overdrijf ik zwaar. Hij bedoelde ‘os’.
Ikzelf was de oorzaak van deze onzin: ik begon ermee. En dat was nog verschrikkelijker voor de buikspieren. Ik, degene die de vraag stelde aan een pinda tijdens een dronkemans-groeps’gesprek’ over de Chinese dierenriem:
‘Wat voor dier ben jij… Chinees???’

……Bewust of onbewust?

2007