Wanted: Rebelse Smurf – reward: 15 euro + Smurfpunt
maart 8, 2008
De tijd waarin ik opgroeide. De rebelse jaren tachtig. De jongeren van die tijd die de heilige huisjes van toen omvergooiden. Nu is het hierbovenstaande niet érg rebels te noemen. Zeker niet als je het plaatst in de tegenwoordige tijd. ‘Ik heb stiekem met je gedanst’ komt ook uit die tijd en dat staat bijna lijnrecht tegenover die rebellie. Het feit dát hij stiekem met haar heeft gedanst is wel rebels. Dat hij vervolgens vraagt ‘ik hoop dat je het leuk vond’, is irrelevant. ‘She better’, zou je zeggen. Ik praat nu in ‘rebelse vorm’, dit even voor de duidelijkheid.
In mijn vorige werkzame periode, zeg maar vóór de konten- en lasogen kwekende bureaujob, deed ik hele andere dingen. De tijd die ik noem, was voor mij ongeveer het begin van mijn werkzame leven. Het eerste cijfer van mijn toenmalige leeftijd was toen ontelbare dagen in mijn leeftijd opgenomen. Het cijfer ‘2′. Nu komt die ‘2′ over een jaar of negen weer een jaar lang ‘hoi’ zeggen. Als tweede cijfer.
Maar. Met mijn a-technische vooropleiding heb ik het toch mooi geschopt tot ‘messenmaker’. Niet meteen denken: ‘ZIE je well?? Die criminele Suri-Saro is tóch…’ Nee. Ik maakte mallen voor stansmachines. Verschillende soorten materialen werden onder die machines geplaatst. Oliebestendige dichtingen bijvoorbeeld voor mangaten. Een putdeksel bijvoorbeeld, zoals je deze op straat ziet. Het mes/de mal er bovenop en van daaruit werd de machine op de juiste hoogte ingesteld. Met een druk op de knop kwam een aardige portie druk vrij. Hiermee kwam de drukplaat naar beneden en werd de vorm uit het materiaal geperst. Een geluid -BONS voor het gemak- gevolgd door een TSJIK. Hierna keerde de machine terug in zijn oorspronkelijke positie. Door instelling van de machine kreeg je de mal weer uit de stansplaat. Dat moest. Vergat je dat, dan was het anders.
Hoe vaak het niet voorkwam dat je die machine hoorde opkomen. BONS. TSJIK. En toen het geluid van een platendraaiende platenspeler die ineens zonder stroom komt te zitten. ZIOEW. Zoiets ongeveer. Maar dan keihard. En meestal gevolgd door een keihard -in koor- ‘hahahahaHAH’. Ellenlang. Of een ‘godverrr…!’ Maar meestal wel een ’sukkel’, ‘eikel’ en ‘alwéér?’. Een vastloper van de eerste categorie. Een mal in de stansplaat gedrukt. Gevreten. De stansplaat en de mal waren één als het ware. Productie stil. Alle alarmtroepen werden opgetrommeld om die mal te verwijderen, want die machine leverde de eerste tijd geen geld op. Kostte alleen maar.
‘So the concept is this basically. The whooole black nation has to be put together as a.. black army! And we gon’ walk on this nation… we gon’ walk on this racist power structure.. and we gon’ say to the whole damn government: ’stick’em up motherfucker, this is a hold-up, we’ve come for what’s ours!!!’
In eerste instantie stond ik achter die machine. Later werd ik dus ‘messenmaker’. Er was een plek waar ik en mijn messen mochten vertoeven. De messenmakerij. Hier gebeurde het. De wonderen uit mijn magische tekenhand. Soms ook niet, want dan was ik weer naar de eerste hulp. Maar ik luisterde op die plek naar alles wat ik wilde horen. Zonder me druk te maken over de gedachten daarover van anderen. Ze gedroeg ik me niet vond ik, maar ik maakte me niet druk om anderen. Mijn messen, mijn muziek en ik. En mijn eigen Eerste Hulp-kistje. Een collega kwam wel eens die trap oprennen en bij de eerste stap in mijn domein riep hij: ‘Zo, wat is dat met die rebellenmuziek joh hey!!’ Dat kon ik dan wel waarderen, want het betekende dus wel dat die collega in ieder geval de moeite nam om naar de tekst te luisteren. Zonder het woord ‘troep’ in zijn mond te nemen, wat ook weleens gebeurde namelijk. Ook daar maakte ik me niet druk om, dan ging het volume gewoon harder. Rebel.
Mijn rebellie heb ik ingeleverd zo ongeveer een jaar of acht na het hierboven geschetste. Mijn oorbellen, -ringen werden gedoogd. De letterlijke zin was: ‘we vinden het niet erg als je ze blijft dragen, maar..’ En je weet inmiddels hopelijk dat als je zo’n zinsopbouw hoort, dat je je dan alvast kunt gaan instellen op het gedeelte ná de ‘maar’. Want dáár ‘gebeurt het’. Alles vóór de ‘maar…’ is bullshit. Uit categorie één. ‘Niet dat ik het niet durf of zo, maar…’ ‘Je bent wel een leuke jongen, maar…’ Allemaal gehoord. Zelfs die laatste. Ja echt waar ja. Maar goed, ook ná de ‘maar…’ kan bullshit volgen. Maar dat terzijde. Dus na die ‘maar…’ wist ik al ongeveer waar dit heenging. No more boleros. Maar dan anders.
Ik was vanmiddag bij Albert H. Vanaf het momént dat ik daar wegging had ik een knagend gevoel. Niet dat ik muizen heb, maar iets anders. Iets in me wilde duidelijkheid. Nadat ik mijn boodschappen thuis had uitgepakt, kwam ik tot een gruwelijke ontdekking. Mijn rebellie was terug. Als een oude koe die recht uit de sloot op je schoot komt zitten. Echter pas toen ik thuis was.
Twee Smurfen… wel g…. TWEE!!!
Ultakorte toelichting. Nederland Smurfenland. 15 euro boodschappen, gratis kleine Smurf. Drie Smurfpunten plus wat cash, grotere Smurf. Pluche. Nou heb ik zelf helemaal níets met Smurfen, maar… (let op) er is altijd iemand in je omgeving die… Dus dat. Smurf.
Er was een Bonus-aanbieding die volgens mij ook iedereen uit zijn hoofd kent (alleen in week 10 – 3 t/m 9 maart): twéé pakken Appelsientje halen, één pak Appelsientje gratis. Dat stond er letterlijk, vandaar die uitgebreidheid. In mijn boodschappentas -die mooie van plastic van Albert himself- zaten welgeteld drie speciaal geselecteerde, door mij uitverkoren pakken Appelsientje.
De slagroom op de taart van de aanbieding: ‘Nu met extra gratis kleine Smurf’. Een belangrijk steekwoord in Nederland, het magische woord tussen ‘extra’ en ‘kleine’. Zonder voorbehoud. Hey, ik ben geïntegreerd. Jjjjjjjazeker.
Deze Surinamer kan rekenen en ongeveer 35 euro (die ik daar had besteed) gedeeld door 15 is ongeveer twee Smurfen en een beetje… Smurf. Dus meneer Albert, ik vraag u:
…..dan….maar…. dan………HOE!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!
klein is die extra gratis kleine Smurf eigenlijk?
2008
Diepe zekerheden
maart 6, 2008
Wel… voor dit ene moment sluit ik me bij die groep aan.
Als ik hier de volgende stelling ‘poneer’, zul je denken: die jongen is gek. Anderen zullen denken: ik ga verder surfen. Ik plaats dit hier in alle eerlijkheid en schaam me er niet voor. Sterker: ik kan er niets aan doen. Nog sterker: het wordt gebruikt in films, die door miljoenen worden bezocht en nog steeds zou ik het niet mogen zeggen. In series. In het theater. Wel, niet meer. Het is voorbij. Ik klap uit de school.
‘Deep throat’ was laatst op tv. Wat een ellende, wat een film. Zei ik film? Het leek wel een serie. Nog geen uur dacht ik zo. En anders heb ik wat gemist. Of het léék kort. Vage muziek. Overal haar. Diepe keel. Overal haar. Doktersonderzoek. Overal haar. Maar in de aanloop er naartoe? Kamervragen! Nederland op z’n smalst. Ver-schrik-ke-lijk. Overal. Televisie. Internet. Krant. Alleen dáárom al wilde ik hem toch maar eens een keertje zien. Nou. Weten we dat ook weer. Dat wordt dus midden in je gezicht gesmeten. Tenminste, wanneer je vastzit op je bank met je afstandsbediening nét buiten bereik. En toevallig stond ie al op drie…
Maar dat terzijde. Want dit is niet het punt. Dit is een punt ‘.’. En hier volgt het mijne.
Het drama rondom ‘deep throat’ heeft me doen besluiten dit ook in iemands gezicht te smijten. Dit is de reden dat ik hier gewoon durf te zeggen: wanneer ik tien keer naar het toilet ga om te pissen -staand-, zal ik tien keer een raket lanceren. Een luchtje scheppen. Een schaap over de dam laten. Een punt drukken. Een bil laten trillen. Soms twee. Een scheet laten, voor diegene die het zo nodig uitgespeld moest hebben (sorry voor de rest). DAT is één van mijn zekerheden in het leven. Dat ik doodga…. nee, wer-ke-lijk!!! IK??? Nee, niet ik, nee!! I’m gonna live FOREVER!! I am Batman, Superman AND Foreverman!! Zucht… moet ik daar dan maar op wachten? Die dooddoener? Daar heb je er weer één.
Ja, wat wil je? De druk gaat van de ketel en dan, ja… stoom afblazen hè. Wanneer je me het toilet uit ziet lopen, loop dan niet met een boog om me heen. Doe je het wel, dan zal ik snel naar je toekomen om je te bedanken dat je dit hebt gelezen. Zo ben ik dan ook weer. Ook dit weer, gehéél terzijde. Met andere woorden: ik houd je in de gaten.
Je kunt je natuurlijk ook beperken tot je eigen kleine zekerheden. Houd je ervan om goed en grondig gezogen te worden, koop dan een goede stofzuiger. Wil je liever een hele dag lang gelikt wordt, doe dan een wens en verander jezelf in een postzegel. Dan weet je tenminste íets zeker.
Een ander iets is iets wat dieper gaat dan de puntdruk-actie. Het… is mijn handicap, ik geef het toe. De dag dat het me lukt, zal ik geen gat in de lucht springen. Waarom zou ik? Geen idee. Van mijn levensdagen zal het mij ooit lukken om de BOB te spelen. Stel dat je er ooit achterkomt dat de naam die ik heb gekregen niet mijn echte naam is. Stel nou, dat mijn naam, mijn echte naam niet is. Stel, dattie Bob ‘Bobby’ Bobson zou zijn. Worden. Stel. DAN NOG zou ik nooit de BOB kunnen spelen. Stel nou, dat Selma Hayek herselfff zich aanbiedt om me een privéshow te geven als ze zo magistralistisch (übertreffende trap) deed in de film ‘From Dusk till Dawn’. Niet eens een Oscar-nominatie… Met een einde wat ik zelf mocht verzinnen (in gedachten koos ik stiekem tóch 2 scènes uit deep throat uit). Dan zou ik mijn uiterste best moeten doen om het te redden. Het zal me hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Zelfs niet Selma Hay…. ay-ay. Nee. Een van mijn dieptepunten in mijn hoogtijdagen van het bewijzen van die zekerheid, was de avond dat ik in én mét mijn eigen auto werd thuisgebracht. BOB werd BAB. Met uitroepteken. Het geluid van mijn gehele dronken zelve dat op mijn bed stortte. Oh nee, het was een draaikolk. Oh nee, het was een rad van ellende. Waarna ik in -ietwat minder- comateuze toestand de dag erna moest constateren dat ze wél nog gebruik hadden gemaakt van mijn auto. Oooh, geen BOB Fabian?? Dan maar je BOB-mobiel!! En terecht overigens.
De laatste keer dat ik me heb verlaagd tot mijn laagste zelf, heb ik het geweten. Ineens zag iedereen dat ik had gedronken. Ineens. Maar allemaal erNA. Niet toen ik daar was eigenlijk. Het idee dat ik met de auto was, werd steeds vager. Nee, ik was toch… fiets? …trein? Hm… Nee. Auto. Sukkel. De enige die er wat van zei, is vanaf nu mijn favoriete BOB. Ooit. Voor het gemak noem ik die persoon nu ‘havik’. Ja, ik weet niet hoe die persoon anders mijn autosleutels in de gaten heeft gehouden. Vanaf het moment dat ik mijn sleutels uit mijn zak haalde en dat was maar één keer: bij de garderobe, hoorde ik iets. Het was een mix tussen de duidelijke, heldere stem van ‘havik’ en de zwoele, sterke stem van mijn geweten. Binnen tien seconden waren de sleutels tijdelijk gewisseld van eigenaar. (Sterk overdreven en verkorte weergave – Havik: ‘GEEF.’ Ik: ..grrlbstrzs…?)
Twee dagen later kreeg ik een BOB-seutelhanger in een envelop in de brievenbus. Zonde. Ik voel er ook helemaal niets bij als ik het zie.
Nu ik het toch over zekerheden heb. De stomste opmerking die je ooit zou kunnen maken tegen de hoofdrolspeelster uit ‘deep throat’, zou toch wel zijn: ‘deeper baby.’ Ik weet zéker dat de laatste man die dat zei, nu nog immer ergens aan een apparaat in een kliniek ligt weg te rotten met een geëxplodeerde hersenpan.
Dat hij bovendien ook nog uitpuilende ogen en een smile van hier tot Tokio op zijn gezicht had…
is wat mij betreft ook één van de weinige zekerheden in het leven. Na dat diepe ding tenminste.
2008