De spreker nadert het gestoelte en het geroezemoes stopt, ietwat aarzelend, binnen enkele seconden.

“Hallo? Horen jullie mij? Ja? Daar… oookay. Graag maak ik van deze gelegenheid gebruik om even het volgende te melden. Onlangs werd ik -Hyves-gewijs- gewezen op het feit dat ik…. Hyves-gewijs, ja, weet je, dat is grappig, want……Hyves… dat…. zucht…wat zeg je? Je kent het niet? Nee? Nou. Welkom in 2008. Maar verder alles goed met je? Mooi zo. Ja nou, iets met computers en vrienden en zo. Nee, geen sex. Tenminste… nee, niet direct nee. Ach, laat het ook maar. Eet je nasi. En neem veel peper.”

Niemand lacht.

“In ieder geval: Ik werd door iemand gewezen op het feit dat ik diegene zou bellen. Nou zijn er meer dingen in het leven die ik zou gaan doen en zou willen doen. Zonder erop in te gaan wat ik zou zeggen en wanneer ik zou bellen en waarom. Maar goed, wat er nou eigenlijk gebeurde was het volgende. Ik was van plan haar te bellen, maar toen gebeurde er iets. Ik werd beetgepakt. Iets sleurde me mee, waardoor ik alles om me heen vergat. Ik kon niet meer normaal functioneren, terwijl ik toch echt dacht dat ik het één en ander op orde had. Er was iets gebeurd, waardoor ik een stuk vertrouwen in mijn eigen ‘judgement’ kwijtraakte. Een menselijke vergissing. Een menselijke vergissing in een mèns notabene. Het moet niet gekker worden in deze wereld. Maar het is echt niet leuk. Het leven had een loopje met me genomen. Het zorgde ervoor dat ik mezelf bewust heb afgezonderd. Ik was ergens in Tibet, je hebt vast wel iets gehoord over de ophef daaromtrent. Maar inmiddels ben ik stiekempjes twee stapjes vooruit getreden. Nog slechts minimaal duizend te gaan volgens de laatste schattingen, maar dus foutje… BEDANKT!!!!”

Eén persoon gaapt luid. Met smakkend geluid erna. Niemand corrigeert hem. En diegene die dit geheel heeft aangeslingerd, dacht: hij heeft me niet gebeld.

“Nu zeg ik dit niet waar zij bij is, om haar op haar nummer te zetten. Integendeel. Maar ik was een tijdje afwezig. Dat is waar. Hyvers die dit lezen, zullen denken: je liegt. Dat je zwart ziet. Als die ketel en die pot. Maar dan zonder hond erin. Nou klopt dat deels wel. Dat zwarte gedeelte. Echter ben ik nu terug. En om hier te BLIJVEN. Daarom lijkt het soms alsof ik op Hyves woon. Maar vergeef me. Like Nespresso: What else? George Clooney z’n handtekening? Wat moet ik ermee? Dan maar Hyven toch? Haha…wat…ja.. HYVES…!!! SjiiiiiiiiiTTTT! Maar okay, ik ben wel blij dat ze het uiteindelijk heeft gedaan. Zij mag het zeggen en daarom is ze wie ze is. Dat sijpelde ook enigszins door in ieder woord wat er stond. Vooral die hoofdletters gaven dat welbekende sausje mee. Maar: zij heeft er alle recht toe. En dat meen ik. Ik maak het goed.”

Nog een geeuw, nu middels een mooi akoestisch hoogstandje: in stereo. Een geluid. Alsof iemand een mes aan het slijpen is.

“Trouwens, wat ik nog vergeet, wat ik er nog bij moest vertellen, is dat ik een nieuwe relatie heb. De relatie met mijn plant werkte niet zo. Dronk teveel. Maar die nieuwe…! Hij…”

De moeder van de spreker valt van haar stoel. Een nicht van de spreker roept: ‘Die stoel! Die STOEL!!! Je hebt die stoel gebroken!!! WIE gaat dat betalen???? Geld… GGGEELLDD moet ik hebben…!!’ Een tante maakt gebruik van de commotie om snel de keuken in te glippen. Misbruik dus.

“Hij… ho-ho…rustiggg…hij is lief voor me en goed. Hij ziet er geweldig uit. Snelle jongen. Beetje grijzig… anyway, hij heet Peugeot, ja… ja tante, ja, tis een Fransman. Hij is echt lekker. Haha, rustig maar, zie je? Maarre, jullie moeten maar zien wat jullie met die info…”

Nadat er een verschrikkelijke golf van afkeuring over de spreker neerdaalde en na een duidelijk hoorbare (volgens de dove verslaggever ter plaatse) collectieve tjoerie, vroegen -ongekend- slechts vijftien mensen van de zestig om een doggy bag, terwijl ze de zaal gehaast verlieten, stoelen omgooiend.

De rest had zelf bakjes meegenomen.

-# 2008

Ik zoek een nieuwe buurvrouw. Niet dat ik er één had, want ik had een buurmán. Nee, een buurvrouw wil ik. Eentje die nooit suiker koopt. Want die koop ik. Eentje die nooit koffiemelk koopt. Want die koop ik. Eentje die geen koffie koopt. Want die koop ik. Eentje die haar koffie mèt suiker èn melk drinkt. Aangenomen dat ze koffie drinkt. Een type… Eva Mendez. Om maar een naam te noemen. Eentje die zo heet is als de binnenkant van een bitterbal die je nèt even iets te gierig in je mond heb gestopt. Auw! James Brown-achtig. Lekker voor je. Maar weet je: ik vind dat ik dit best mag vragen.

‘Tante, wat doet u op een tienerfeest?’ Wanneer je -als vrouw- je neefjes en nichtjes tegenkomt in een discotheek waar je eigenlijk van plan was je lever uit je lijf te drinken. ‘Hallo meneer, hoe is het met u? Lang niet gezien!’ Wanneer je met je blote billengezicht met een vrouw naast je, zogenaamd nietsvermoedend een abortuskliniek binnenloopt. Legitieme vragen. Gebeurt ook dagelijks natuurlijk, zulke dingen. Is het optiefen of optiefTen? That’s the question. Maar dan niet de EO-kwis. Ook niet ‘to tief(t) up or not to tief(t) up, that’s the question’.

‘Is hij homo?’ Normale vraag. ‘Is hij homofiel?’ Klinkt al netter. ‘Was hij homo?’ Kun je met veel geweld lang over doorgaan. Was hij homo en werd hij ineens hetero? Was hij homo en is hij nu bi? Ik bedoel, woorden kunnen kort zijn, niet meer dan een letter of drie bijvoorbeeld, maar toch. De impact van woorden wordt soms hevig onderschat. Ik heb het al vaker gezegd op deze plaats, maar ik schroom niet om het te herhalen. Woorden schieten soms uit mensen hun mond. Echter weten ze niet welke schade ze aan kunnen richten. De woorden. En de mensen waar het nu om gaat. Tijdens het denkproces wordt er besloten iets te zeggen. De woorden gaan de lange reis naar de mond tegemoet. Er is nagedacht, dus de woorden kloppen. Toch komen ze er soms uit alsof iemand er een feestje van heeft gemaakt. Een rommeltje. En dan is de boot aan. Want dan zijn de rapen gaar. En moet er iemand op de blaren zitten. Zorg dan dat je eerst een zakdoekje legt. Om op je blaren te gaan zitten natuurlijk. ‘Dat was eigenlijk niet helemaal wat ik wilde zeggen….’ … pfft, hoe is het? Alleen maar omdat ik het er niet mee eens ben?

Soms maken de woorden een reis die geroemd wordt vanwege zijn befaamde snelheid, directheid en bovendien zijn vermaarde, volledige afwezigheid van hersenactiviteit.

Ooit vroeg een meisje me, waar toch wel enkele mensen bij stonden, iets over mijn draaistijl. Ik was op een feestje de deejay aan het spelen. Ooit in een land hier ver vandaan: long time ago-land. Ik noem het ‘over mijn draaistijl’, want….. ze vroeg me -in het bijzijn van onder anderen haar vriend- waarom ik toch eigenlijk twéé draaitafels gebruikte. Tijdens het draaien. Ze had me de hele avond gezien neem ik aan, want ze wist dat ik de deejay was. Ik had even een rustpauze.
De vraag kwam op een dusdanige manier mijn brein binnen, dat ik het terugstuurde naar mijn oren. Mijn mond zei: ‘Wát vroeg je?’ Vervolgens hoorde ik dezelfde vraag weer mijn brein binnenkomen en dacht: ‘Looooooooooord have mercy (inclusief jamaicaans accent). ‘Oh my gooooooooooooood’ stond op de achtergrond te springen, in zijn kielzog gevolgd door ‘optief(t)en’. Zag de reacties om me heen. Het was niet best. Voor haar dan. Iemand viel flauw. Oh nee, dat is de versie voor wanneer ik dronken ben. Eerlijk: ik zag vier mensen hun ogen wegdraaien. Twee hoofden. Drie moesten hun lach inhouden. Het was niet zo dat er negen mensen bij stonden, maar sommigen deden meerdere dingen tegelijk. Maar dat terzijde én voor de volledigheid. Terwijl ik dit allemaal met mijn ogen aanschouwde, zond ik tegelijkertijd s.o.s.-signalen uit. Met mijn ogen: ‘Help this nigga out… PLEASE!!!!’ Gelukkig waren enkelen bereid hun verstand uit te schakelen en me te helpen.

Vanwege een telefoontje dat ik zojuist kreeg, moest ik dit stukje onderbreken. Het was de makelaar die de ‘belangen’ van de onzichtbare bewoner van het huis onder me behartigt. Hij zei dat hij had gesproken met een geïnteresseerde koper. Een vrouw. Een buurvrouw. En ze had koffie met hem gedronken. Met suiker. De melk verzon ik er gewoon bij. Navraag naar de achtergrond van de vrouw had de makelaar geleerd dat ze een ex-model was. Toevallig. En ze vertoonde inderdaad enige gelijkenissen met Eva Mendez. Ze had ook een relatie. Met een ex-huurmoordenaar die een ‘oogje’ had op negers. Maar dan niet als in verliefdheid. Totaal niet. Het had iets met lust te maken, zo begreep ik. Of IK er problemen mee had, vroeg hij, om verder te praten met deze koper. Dus feitelijk eigenlijk koopster. Met zijn geld weliswaar. En ze hád geen relatie, die heeft ze nog steeds. Dus het was met zijn geld. Dus toch koper.

Legitieme vraag van de makelaar. Maar.

Dat hele stuk van die buurvrouw is helemaal niet waar. Ik verzin het ter plekke. De ex-huurmoordenaar was eigenlijk een vrouw. De nieuwe bi-seksuele vriendin van het ex-model. Zij vertoonde gelijkenissen met Selma Hayek.

Ik sprak vriendelijk en toch ook enigszins manend tegen de makelaar, toen ik hem duidelijk wilde maken dat hij deze toch best wel interessante, aanstaande koop dezelfde dag nog moest sluiten:

………………….GA *************************** BELLEN!!!!!!!!!!!!!!!!!!

Tief(t) op.

-# 2008