Zomaar twee berichten van gisterenochtend: ‘Acteur ‘Harry Potter’ doodgestoken’ en ‘Mourinho betrapt met voorzitter Inter’.

Afgelopen dinsdag maakte ik de gang naar de plaatselijke drogist om lenzenvloeistof te halen. Excuus, kopen. Net als met bier: hoewel ‘bier kopen’ in mijn ogen beter lijkt en in mijn oren beter klinkt dan ‘bier halen’, ga je toch meestal ‘bier halen’. Ter aanvulling: na verloop van tijd ga je na het bier drinken, net als met lenzenvloeistof, bier in je oog druppelen. Vandaar deze verre vergelijking.
Aangezien die van mij op was én ik natuurlijk weer eens geen nieuwe had besteld, was deze dus -komt ie weer- óp. Lenzenvloeistof heb ik in mijn leven vaak gekocht. Tóch heb ik in dit specifieke geval erg lang getwijfeld over welke ik moest nemen. Meestal is het voor mij een kwestie van vragen:’Heeft u…’ en ik loop naar het desbetreffende rek en weet direct welke ik hebben moet. Maar dinsdag niet. Ik koos voor de ‘No-Rub ‘Alles-in-één-vloeistof’. ‘De ‘No-Rub’-versie was de reden dat ik twijfelde. Na bestudering van beide flesjes, kwam ik niet verder dan alleen dát verschil. Want de lenzen dienden minimaal zes uur in het bakje te blijven zitten voor een goede reiniging, maar dat was bij beiden het geval. Dan zou het goed genoeg zijn om je lenzen weer in te doen, zonder prikkende ogen of iets dergelijks. Vanwege de waterstofperoxide in de vloeistof. Deze lost vanzelf op, dit gebeurt na ongeveer zes uur.
Het meisje achter de balie las mee op haar flesje -….lenzenvloeistof- en we deden nog net geen spelletje over wie nou een verschil had ontdekt. Ik hoefde volgens de ‘vernieuwde receptuur’ de lenzen niet in te wrijven voordat ik ze in het bakje zou leggen. Wel, ik was hier dusdanig blij mee, dat ik spontaan besloot om deze te kopen. Want dat deed ik toch al nooit. Wrijven. Dus nu he-le-maaaaal niet.

Ken je dit? ‘Van het éééééén, kwam het an-derrrrr?’ Wel.

Nederland speelde woensdag tegen… euh… Denemarken en ik zat bijna te huilen op de bank. Nee, het was niet om Clarence Seedorf. Ook niet om Edgar Davids. En zéker niet om Heintje Davids. Nou moet ik eerlijk zeggen dat ik de eerste helft best wel aardig vond, maar dat was voor mij niet de reden een traan of twintig te laten. Ik had in eerste instantie een wazig zicht. Ook dit kwam niet door de fletse tweede helft van Nederland. Dit komt gewoon omdat ik overdrijf. Met ‘fletse vertoning’. Matig, op z’n best. Maar dat wederom terzijde. Mijn ogen waren begonnen met een interne machtsstrijd. Tegen mij, de baas. En ik verloor. Alleen hadden de ogen dat niet door en gingen ze na de ‘tien tellen’ gewoon door met slaan. Rode, prikkende, brandende ogen. Open? Dicht? Beiden geen optie. Beiden pijnlijk. Hoe slaap je dan? IJsblokjes op m’n ogen leggen? En dan ook weer: open of dicht? Dilemma.

Nadat ik de nacht op miraculeuze wijze heb overleefd met toch enkele uren slaap, was het vanaf donderdag letterlijk niet meer te overzien. Mijn linkeroog wilde nog wel een beetje, maar mijn rechteroog, helemaal niet. Rood. Brand. Vuur. Ik dacht eerst aan voodoo. Direct daarna dacht ik: ‘***********!!!!!’ En: druppelen. Want de woensdag na de bewuste dinsdag, ben ik naar dezelfde drogist gegaan om een nieuwe fles te halen. Die ik dus altijd haalde. Zonder ‘No-Rub’. Plus maal min is… dus… ‘Rub’. En waar het nou door kwam, weet ik niet (…specifieke stilte, speciaal ingeruimd voor de ‘No-Rub’-uitvinder… dit is voldoende, ik vervolg), maar ik moest inderdaad ‘rubben’. De manier waarop Johnny Gill op het einde van ‘Rub you the right way’ zijn ziel en zaligheid in het nummer gooit, was een peulenschil vergeleken met mijn rub- en druppel-acties. Als een idioot. Tot en met gisterenmiddag drie uur ben ik vanaf donderdagochtend met die ogen bezig geweest. Ik werd gek. Wrijven, ijsberen, klokkijken. Is de afspraak al… oh nee, die is pas vrijdag. Morgen.

Donderdag en vrijdag waren, op enkele afwijkingen na, vergelijkbaar. Beide dagen ben ik gaan rijden. Met de auto. Over dat rijden gesproken. Hierover ga ik binnenkort een discussie aan met James Bond. Dit met betrekking tot de gevleugelde uitspraak ‘never say never again’. Want dat doe ik dus ‘never’, met keihard ‘again’ daar kórt achteraan. Lulkoek, James. ‘Cock-cake’ of ‘Cock-cookie’, misschien versta je dat wel, James. Want mijn zicht zónder lenzen is namelijk, om hierover helderheid te verschaffen: ui-ter-ma-te slècht. Dus lenzen draag ik altijd. En met één linker-traanoog inclusief lens dat werd meegezogen door het bijtende, sputterende, wazige, lensloze, rode, daglichtvrezende en glazige rechteroog, werd het niet beter. Doodsangsten uitgestaan op de weg. Ik was intussen ook nog eens spontaan verkouden geworden. Snotteren en huilen.
Beide dagen ben ik bij mijn lenzenleverancier geweest. Donderdag voor enkele tijdelijke lenzen tot de mijne er zouden zijn. De vrijdag was het van zeer korte duur, want degene die mijn ogen controleerde, stuurde me, na een wel twee minuten durende check, diréct door naar het Oogziekenhuis. Ik was al aan het uitkiezen welke rib ik uit mijn lijf zou trekken om desnoods een heli te laten overkomen voor mijn eigen vervoer. Mijn auto was op dat moment écht geen optie. In het oogziekenhuis aangestrompeld, kreeg ik eerst een kleine les driebanden voor negertjes met pijn in hun ogen. Van balie één soepeltjes naar balie twee, met een curve naar balie drie om me in te schrijven en vervolgens -via een boogballetje- naar boven om bij balie vier aan te komen. Dit waren fictieve nummers trouwens. Als ik de echte noem, dan begrijp je het niet meer. Die vierde balie had een mooi bordje hangen, getiteld ‘Spoed-eisende hulp’.

Toen ze me daar om klokslag tien voor één vertelden dat ze om half twee zouden gaan beginnen en dat er nog zes mensen vóór me waren, maar dat dat normaal was, want het was daar altijd druk op vrijdag, vochten meerdere emoties in me om voorrang. Ik wilde eerst zeggen ‘you talking to ME?!’, maar dat had ik wel door na het volgende wat ze zei: ‘Je kèn beter naar je huisarts gaan en een verwijskaart halen, dat werkt sneller’. Punt. Terwijl ik voor haar neus stond. Mijn hele zelf. Met mijn zwarte gezicht onder het bord ‘Spoed-eisende hulp’, recht voor haar neus, kreeg ik die wereldverbeterende tip tegen me aan geslingerd. Woede, slaap, woede, machteloosheid, frustratie, woede, gekheid, op een haar na moorddadigheid, vooruit, nog een beetje woede en voeg daarbij nog wat lepels waanzin.
Ik diende haar van repliek met ‘hah’ en dat was zo ongeveer mijn eerste lach van die dag. Kon ook niet anders met zo’n goeie grap. Ik zat midden in het centrum van Rotterdam en die beste man -mijn huisarts, maar enkel in náááááám- hield praktijk in Zuid. Metro? Auto? Bus? Tram? Fiets? Lopen? Geen van ****** allen. Ik voegde eraan toe dat die man mij pas zou doorsturen wanneer mijn oog eruit zou hangen en dan nog zou hij het even moeten checken. Of het wel een vollédige oogverwijdering zou betreffen. Aan beide ogen, want met één oog kun je best wel zien, Saro. Oh… okay dokter. Maar ik mocht ook blijven wachten, alleen kon het dan wel erg lang duren. Wanneer iemand mij -ter plekke- wetenschappelijk bewijs had kunnen overleggen dat mijn oog uitsteken mínder pijnlijk zou zijn dan dít hele gedoe, dan zou ik het direct doen. Zonder blikken of blozen. Over blikken gesproken: als ze daadwerkelijk konden doden, had ik de dichtstbijzijnde vlieg nog niet eens kunnen aantikken. Ik deed wel mijn best zo te kijken trouwens, maar de tranen gaven iedere geloofwaardigheid weg.

Maar ik stemde toe. Pas nadat ik een minuut had weggekeken van de vrouw en de interne strijd even door had laten woeden. Mijn zelfbeheersing won uiteindelijk glansrijk van mijn emoties. Een rondje gelopen buiten, wat mensen gebeld, sigaretten gekocht (niet gehaald) en vervolgens, na er twee te hebben gerookt, weer naar binnen gegaan. Dit alles met tranen en een zakdoekje. Als iemand me had gezegd dat het een theedoek was, zou ik hem direct geloven. Of een badlaken. Of een stuk gordijn. Mijn zicht werd van kwaad tot erger. Mijn ogen gingen steeds minder open als ik probeerde te kijken. Naar wat dan ook. Het wachten bij balie vier duurde extreem lang. Dat kwam door de pijn, die in intervallen van seconden langsvloog, terwijl de behandelingen met intervallen van een dikke twintig minuten werden uitgevoerd. Nadat er zeker een uur voorbij was gekropen, nog langzamer dan dikke stront, hoe langzaam dát ook moge zijn, werd het verlossende woord gesproken. ‘Saro?’

‘Meneer Saro?’ Alsof er een engeltje naar me riep. Ik gaf me volledig over. Liep op haar af, ging de kamer in en ging zitten. Ik legde het probleem uit voor zover het nog uitleg betrof (nadat ze had gezegd: ‘Nou… vertèl maar.’). Ze wist het meteen en lepelde enkele voorbeelden op over voorgangers van mij. Terwijl ze dit deed, was ze al bezig. Ik mocht het ogen-apparaat in, kin vooruit en, nog niet eerder gehoord in mijn jarenlange ervaring met oog- en lensspecialisten ‘bil naar voren’. Ik negeerde mijn deels beledigde bil en werkte mee. Licht. Auw. Net als bij de lenzenspecialist. ‘Kijk naar boven.. links.. rechts’. Met een wattenstaafje trok ze m’n onderste ooglid ietwat naar voren. ‘Kijk nog eens naar boven’. Splash! Een vloeistof in mijn oog. Is dit wat vrouwen bedoelen als ze het hebben over een ‘facial’? Of wat mannen bedoelen, alleen… laat ik dat maar mooi liggen waar het ligt. Aan de zijkant. In ieder geval: I was seriously… misled.
Op slinkse wijze had ze middels een wattenstaafje iets in mijn onderste ooglid gedropt. Van schrik deinsde ik achteruit en dacht dat het nu helemaal gedaan was met de werkzame periode van mijn rechteroog. Bedankt voor al dat moois…. maar ze begon te lachen en met haar een collega in een aangrenzende kamer, want de deur stond open. Nadat ik haar had gezegd dat ik het niet eerlijk vond dat ze me niet had gewaarschuwd, want de lenzenspecialist deed dat altijd wél, zei ze -volkómen terecht- sorry. Waarop ik zei ‘nee joh, dat hoeft niet’.

Mijn hoornvlies was aardig beschadigd geraakt door het gebruik van de ‘No-Rub’-vloeistof, zo zei de dokter. Misschien was mijn oog al overgevoelig voor dit goedje, maar ik kreeg de verhalen over mijn ‘voorgangers’ nadat ik de naam ‘Kruidvat’ had laten vallen. Op de grond, want ik kon het niet meer vangen, wegens het ontbreken van diepte in mijn zicht. Toen ze die voorbeelden aanhaalde, bedacht ik me dat mijn plotselinge besef, mijn eigen, kleine geheimpje zou blijven. Het ging eigenlijk om drogist ‘DA’. Welke verhalen zou ik dan wel niet te horen krijgen? Nog ergere?
Het was een verdovend goedje en over de ‘lekkerheid’, met betrekking tot zogenaamde ‘facials’, laat ik me niet helemaal uit, maar ik was blij want ik voelde werkelijk geen pijn meer. Dat dit slechts een kleine twintig minuten zou duren, wist ik pas bij minuut 21. Toen stond ik bij de apotheek met m’n recept. De hele winkel bij elkaar aan het snotteren, alsof iemand m’n ziel had geraakt door bij de ingang van de apotheek te zeggen ‘zo, ben je blind of zo?!’
Nu gaat het stukken beter en kan ik weer normaal zien zonder pijn of wat dan ook. Alsof het scherper is dan ooit, je kent het wel, net als ná een blessure, kom je meestal sterker terug. Ik moet nog wel doorgaan met het medicijntje tot komende dinsdag, maar het gaat helemaal goed komen.

Back to basics. ‘Acteur ‘Harry Potter doodgestoken’ en ‘Mourinho betrapt met voorzitter Inter’ zijn misleidende koppen. De acteur die is overleden was niet de acteur die Harry Potter speelt. Dit is erg, het is een mensenleven. Echter, de kop suggereert naar mijn mening iets anders. Wat ik in eerste instantie dacht en ik denk wel meerdere mensen met mij. Al is het er maar één. Maar door zulke berichtgeving bagatelliseert dit medium de dood van deze jongen, omdat men eerst denkt aan de hoofdrolspeler en dan is het leed niet te overzien op aarde, met al die miljoenen HP-fans. Ja… dat staat er écht.
Coach José Mourinho is, voor zover ik weet, niet van de mannenliefde. De voorzitter van Inter ook niet meen ik, maar was het wél zo, dan was Mourinho het nóg niet. En bij afkeuring van de één, is er mijns inziens al een kink in de kabel. Dat het wat anders betreft, wellicht voetbalgerelateerde zaken, daar ga ik overigens wel vanuit. Maar toch, je weet maar nooit.

Voeg hieraan toe de tekst ‘No-Rub’ en het uithangbord ‘Spoed-eisende hulp’ en mijn gedachten dwalen af naar de kop van dit stuk.

(Sterk gedramatiseerd) Gelukkig voor mij, samen met die misleiding, óók….. mijn dierbare rechteroog.

'-( 2008

Leave a Reply