Kill Bill for killing Offline
juni 19, 2008
Sommige dingen in het leven zijn vrij helder te noemen. Sommige dingen, je raadt het al: óók. Wat je nog niet wist: sommige dingen zijn vrij vaag. Niet helder. Dit begin zou je daar zomaar onder kunnen scharen. Dat zou jammer zijn, want vage zaken nemen geen keer.
Vooraleerst: mijn respect voor de mens én (ex-)voetballer Glenn Helder is te groot om hem hierin te betrekken. Voor het gemak wissel ik hem daarom in voor Jort Kelder. Want die is vaag. Maar Georgina zal zeggen: ‘hij is mijn held!’. Ik persoonlijk, vind Glenn meer held. Helder, zogezegd. Wie held is, werpe de eerste steen.
‘Bezet’ & ‘Aan De Telefoon’
Vroeger was ik klein. Nu ben ik groot. In de tussentijd zat een vrij groot aantal.. ‘verhelderende’ momenten. Zo zou je ze best kunnen noemen. Als kind zoek je graag ‘de grens’ op, want ja, je bent niet voor niets kind. Ouders zijn degenen die jou op de één of andere manier wijzen op het benaderen van die onzichtbare grens. Dat wijzen kan op verschillende manieren gebeuren. Op zich is dat niet erg. Het is de manier waaróp. Die doet het ‘m.
Het geeft een indicatie van de mate van verheldering. Begon de zin met (vertaling vanuit het Surinaams): ‘als ik mezelf niet bedenk dat ik een god heb, dan….’, dan kon je er vanuit gaan dat er een dolle bende aanstaande was vanaf dat moment. Dat wat er op de puntjes zou kunnen staan, is voor een ieder verschillend. Voor iedere Surinamer die de puntjes blindelings in zou kunnen vullen, zou dit midden in de nacht, in een nachtmerrie bijvoorbeeld, nog kunnen zorgen voor zweet. Let wel, langs de bilnaad.
‘Je hoofd-zijde (hersenpangebied) werkt niet goed hè??’ Je hoefde er trouwens niet op te rekenen dat ze gemaakt zouden worden door degene die dit zei. Leuk aanbod.. maar dit was niet direct de bedoeling van die woorden. ‘Jongen, ik ga je wijzen/leren straks, wacht maar’. Terwijl ze gewoon bleef zitten. De enige die na die demonstratie van púre macht en controle een krimp gaf, was dat mannetje wat achterop mijn onderbroek stond: Bert. Van Ernie. Onbeschofteling, zei hij tegen mij. Wat kon ik anders, die spanning moest eruit. Maar goed. Natuurlijk vlak ik good-old ‘……….’ niet uit. En wat hier staat is je náám. Zoals die alleen door je moeder of vader, of beiden in het aller-donkerste geval, uitgeroepen kan worden en dit allemaal, alleen díe dag, een spe-ciaaale aanbieding: inclusief twintig uitroeptekens. Maar dat natuurlijk weer gehéél ter zijde.
Het was duidelijk voor je. Je zag het en hoorde het, maar het belangrijkste van alles: je wist het. Helder.
‘Afwezig’, ‘Zo Terug’ en ‘Lunchpauze’
Welk één mooie, zonnige dag was dat. De dag der dagen. In afwezigheid van…. wel, ze had het stiekem al voorspeld: hersens. Of tenminste, ze werkten niet goed. Die dag. Een doorbraak. Bijna net zo erg als de dijk bedoel ik dan. Ik heb niets tegen de band, maar die bedoel ik ook niet. Een echte dijkdoorbraak. Er wordt nog steeds gezegd dat het één van zijn vingers was die het gat dichtte, maar dat zullen we nooit weten. Welke vinger? In de naam van de roos? En dito-geur en daar bovenop nog de maneschijn? En de sterren? Wel, in één klap los ik direct een ander mysterie op.
Mensen vragen zich nog steeds af hoe het komt dat ik toch zo snel was. Nog wel ben eigenlijk. Nou. Op één zo’n fantastische, niet goed-werkende hoofd-zijde-dag, haalde ik het in mijn hoofd. Terug in onze straat na een bezoek aan het winkelcentrum, waar ik waarschijnlijk iets niet had gekregen wat ik wél wilde, deed ik het. Ik durfde mijn middelvinger op te steken naar mijn moeder. Mysterie snelheid opgelost. Door het rennen hing mijn tong naar buiten, maar die hing al naar buiten. Die kreeg ze bij die middelvinger. Wat dan op dat moment, en dat is heel fijn, vrij helder is, zélfs wanneer je dan pas zeven jaar oud bent, is dat je nergens heen rent. Waar je ook heen rent, uiteindelijk ben je uitgerend. En dat is het summum. Dat is het toppunt van alles. Daar, op die plek, daar gebeurt het. Vanaf het moment dat ik begon met rennen, kwam de spreekwoordelijke duivel die ik had opgewekt door mijn leukheid, tot volle wasdom. En toevallig gebeurde dat op die plek. Waar ik was toen ik was uitgerend. Maar dat wist ik.
‘Offline’
Waarschijnlijk kon je aan dit verhaal geen touw vastknopen. Ik ook niet. Daarom heb ik het maar hier losgelaten. Zodat je ziet wat ik helder vind. Als je er al iets uit kunt halen. Soms is het grijs gebied, maar: het zou niet moeten kunnen. Want wat ik wilde zeggen is dit.
In een wereld die beheerst wordt door computers, gebeurt het vaak dat communicatie middels, hoe toevallig dat dat hier genoemd wordt, computers tot stand komt. De kanalen hiervoor zijn legio. MSN is maar een voorbeeld. Deze pik ik er dus uit nu. De verschillende statussen heb ik door dit stuk heen genoemd. ‘Offline’, de laatste, is de meest duidelijke van allemaal. Tenminste, wás. Want die ’status’ bestaat niet meer. ‘Offline’ is tegenwoordig óók ‘Online’. Bill Gates heeft ‘Offline’ vermoord. Want ‘Offline’ bestaat niet meer. Zei ik al dat ‘Offline’ niet meer bestaat? Moet ik het helderder uitleggen? ‘Offline’ bestaat niet meer. Zoals je in de tegenwoordige tijd kunt zien wie er belt, is ook dit normaal geworden. Terwijl dat vroeger ondenkbaar was, nummerherkenning. Er is een hele generatie die die tijd niet eens kent. Maar wat wil je in een tijd waar kinderen van vier jaar al een mobiele telefoon hebben. Ik had toen gewoon heel veel knikkers en was net zo blij. Kon er alleen niet mee bellen want in die tijd waren er nog geen batterijen voor die knikkertelefoons. Maar een knikker door het raam en die jongen kwam gewoon knikkeren. Effectiever én het kostte me niets. Mij niet.
Het zou zomaar kunnen dat ook ík me bezondigd heb aan het sturen van offline-berichten aan mensen via MSN. Andersom gebeurt het ook. En meestal zijn het mensen die je kent, even testen: ‘Ben je er/undercover?’. Maar ook gebeurt het dat dat níet zo is. Mensen die je níet kent.
Dus. Ook voor kwekkerende mensen, em-es-ennende mensen, respecteer de regels van weleer: houd ‘Offline’ in leven. Want, laat ‘Offline’ nou eindelijk eens duidelijk zijn. De rest is grijs gebied en de afspraken daarvoor zijn soms duidelijk, soms ook niet. Speel ermee, kijk wat wel en niet kan. Gebruik je verstand in ieder geval. Het gezonde deel dan. Niet het grijze deel.
De nacht van de dag der dagen lag ik op bed en dacht aan wat er die middag was gebeurd. In mijn droom later was het alsof iemand op school een kilo geplette madam jeanetjes in mijn onderbroek had gegooid. Onderbroeken-Bert aan de achterkant zweette pééntjes en was niet blij. Maar altijd nog blijer dan ik. Terwijl ik daar lag, dacht ik aan het wegrennen. Had ik enig idee waar ik heen rende? Nee. Het enige waar ik voor wegrende was de duidelijkheid en de helderheid. Daar liggend had ik door dat ik op die dag het licht van de helderheid had gezien. Gevoeld werkelijk. De duidelijkheid. De logica erachter.
Mijn hersens werkten niet. Vertaald naar nu: ik stond op ‘Afwezig’. Maar mijn moeder stond op ‘Offline’ die middag. En ik waagde het haar tóch lastig te vallen met mijn middelvinger, die ze er eigenlijk af had moeten hakken. Het was ook nog eens de nieuwe ‘Offline’. En zij was niet gediend van mijn toenadering. Duidelijk niet.
Duidelijk, niet?
2008