Gebrek aan neger
april 7, 2009
Ik was er al bang voor, vandaar dat ik ermee wachtte. Ik was er zó bang voor, dat ik er gewóón mee heb gewacht. En nu tril ik niet meer van angst. Want ik weet het. Allang.
De ene zegt dat de ander heeft gezegd dat-ie zwart ziet als een nikker. De ander zegt enkele dagen later dat hij helemaal niet heeft gezegd dat die ander zwart ziet als een nikker. Vanaf nu zal ik proberen het woord ‘nikker’ zoveel mogelijk te beperken tot wat noodzakelijkerwijs….
……..Waar hebben we het over? En ik heb het puur over én met de nadruk op de nadruk die ik heb weggelaten bij, ‘we’. Als ik teruggrijp naar enkele voetbalervaringen, want het gaat over voetbal, hoe leuk, vraag ik me écht af waar we het over hebben. Toen ik dertien was, rende ik na een denigrerende uitspraak van iemand ten opzichte van mij, een minuut lang rondjes in het veld. Om hem te vragen wat hij nou werkelijk zei. En het gaat er dan natuurlijk om dat IK het denigrerend vond en wat iemand anders op dat moment over of van mij dacht, is interessant voor de denksport. Maar in het geheel niet voor mij.
Denk aan een bumperklever. Denk niet na over je auto of beschadigingen die aangebracht kunnen worden: denk aan je gevoel. Ben je er niet van gediend, meld dat dan fijntjes aan die persoon. In dit geval werkt een korte tik op je rem als een wondermiddeltje. Niet pompend remmen dus, want dan zal ik bij deze alle verantwoordelijkheid wegwuiven. Vanaf de zijkant, vlak naast de ‘dit ter zijde’.
Het maakt helemaal niets uit. Het kwaad is schijnbaar geschied en de waarheid ligt in het midden. Alleen de taal waarin beiden spraken is nog onduidelijk. Want aangezien ‘negers’ het woord ‘nigga’ gebruiken in rapsongs, wat niemand weet overigens, vandaar dat die info er altijd bij wordt vermeld voor de handigheid, zou dat niet erg zijn. Geen neger die dit trouwens heeft gezegd hoor. Zegt al genoeg over de hypocrisie van… wanneer ook alweer… oh ja, TOEN.
‘Je moet erboven staan’ en ‘laat je niet kennen’. Natuurlijk. Beheersing. Controle. Inhouden. Het was een slip of the tongue. Zo heeft hij het niet bedoeld. Al die lessen heb ik vroeger meegekregen bij het opgroeien in die leuke voetbalsport. Ergens ben ik waarschijnlijk niet bij de les geweest, maar dat neem ik tegenwoordig op de koop toe. Ik speel al maanden niet meer, dus dat scheelt. Die mooie adviezen heb ik ergens in een seniorenteam aan de wilgen gehangen. Ik was net twee jaar senior en speelde tegen een club waar een oude trainer van me, uit de jeugd, op dat moment hoofdtrainer was.
Terwijl we het veld opliepen, bleef hij me stangen dat het een lust was. Voor hèm, want hij kon me niet wijsmaken dat hij twéé van die koelkasttelefoons in z’n broekzak had zitten. ‘Koelkast…? Net twee jaar senior… want het is zo lang geleden??’, denk je wellicht… JJJJJA.
Ik kreeg de éne na de andere schop. Had ik de bal, dan stonden er minimaal twee man voor me. En schoppen. Al was de bal alweer weg. Maar met het verstrijken van de tijd, werd vóór me, ook: op me, tegen me. En zonder dit voetbalgenre te verlaten, ín me. En maar lullen en opmerkingen maken de hele tijd. Ik werd op een gegeven moment echt ziek van het geschop, want mijn medespelers werden op een totaal andere manier ‘bejegend’.
Het gebeurde weer eens een keer, echter nu récht voor de dug-out van de tegenstander. Ik zat op de grond, mijn sokken recht te trekken en keek vol woede naar mijn voormalige trainer. Hij zat te grijnzen. Ik stond op, liep op hem af met mijn handen omhoog. Alsof ik God wilde vragen mij te helpen de Duivel, hier recht voor me, te laten oplossen in het niets.
‘Waarom?’, vroeg ik hem, ‘waarom moet dit nou zo joh?’ (het was mijn ‘joh’-tijd, red.) En hij trekt me aan m’n shirt en fluistert lachend de klaarblijkelijke instructies die hij aan zijn spelers had meegegeven ten opzichte van mij. Hij was wel eerlijk. Een eerlijke hond. Wat me het meeste stoorde was de improvisatie, gevoegd bij de schop-instructies. Want ook dáár deed hij niets tegen. Ik keek hem aan, trok z’n hand weg en hoofdschuddend noemde ik hem ‘zielig’. In mijn hoofd draaide ik een knop om en het schoppen ging door, alleen deed ik daar nu ook aan mee. Heeft me een gele kaart gekost, maar als ik er vier had kunnen verzamelen, dan ga ik liever voor ‘heeft me een gele kaart opgeleverd’. Nu bleef het helaas bij één, bij twee zou ik toch niet meer mogen blijven ‘spelen’ én de wedstrijd liep ten einde, terwijl ik nét de smaak te pakken had.
En die trainer was érg blij met mijn gele kaart. Zijn tactiek had gewerkt. Na afloop heb ik hem weggeduwd, want hij kwam, terwijl we van het veld afliepen, nog ‘even de trainer van vroeger’ met me spelen. En dan krijg je die korte flitsen van herkenning van zieke geesten van dubieuze figuren in bepaalde nieuwsberichten. Waarin onthoofding voorkomt. Bitchslap in iets mindere mate, omdat die het nieuws vaak niet halen. Ik duwde hem weg en wilde hem bijna te lijf. En zijn blik veranderde in zoverre, dat hij beledigd was dat ik niet met hem wilde praten.
Ik heb helemaal geen les te melden hoor. Het enige wat eruit geconcludeerd kan worden, is dat je moet zorgen dat je jezelf recht in de ogen aan kunt blijven kijken. Ben je een hond, zie je een hond terugkoekeloeren. En blíjf je dus een hond. Dus zorg dat jij dan niet die hond bent. Wees die kat, ook al is iedereen hond. Wat je ook doet, doe het in ieder geval wel. En denk niet na over de gevolgen. Kargbo heeft, face-to-face met Arnautovic, de tijd gehad om zijn eigen recht te laten gelden. Hij liet het echter na een oproep voor de camera’s, afhangen van ‘anderen’, in dit geval de KNVB. Toen wist ik het al. Die hebben het te druk met trainers, spelers en scheidsrechters bestraffen, terwijl ze zelf alles kunnen maken. Zei ik KNVB? Ik bedoelde natuurlijk KNHKB. De Bond van Henk Kesler.
Ik was er al bang voor. Het zat eraan te komen. ‘De zaak’ is geseponeerd. De kwestie Kargbo-Arnautovic is gedaan en afgedaan. Dat laatste, ‘als zijnde niets’. Ik weet het al. Ja, ik wist het al. Kargbo, de donkere nikker, hoor ik niet meer. Arnautovic, de licht getinte witte, liet zich alleen bij monde van zijn zaakwaarnemer horen. En die zei dus dat Arnautovic zei dat Arnautovic dat niet had gezegd. Ook zei de zaakwaarnemer dat hij niemand kent die zover van racisme afstaat als hij (Arnautovic dus). Kun je er dichtbij staan? Is het een ding? Kun je erop zitten? Wie zit er dan wél op?
Zoals gezegd: waar hebben we het over? Over niets. Want de zaak is geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Ik wist het al. Niet omdat ik er nu pas iets over zeg, achteraf dus, maar om iets anders… wist ik het al.
Kargbo was namelijk op die bewuste avond, voor en wellicht door het schijnsel van de camera’s, van woede witheet geworden.
……….weg bewijs.
‘09