WhiskyChronicles – O.J. runs: the O.J. Runs
december 25, 2008
Met zijn uitgestrekte arm, houdt hij zijn rechterhand voor ogen. Richtte zich enigszins op, voor zover hij dat nog kon. Een pijnscheut door zijn lichaam. Auw. Een steek. Ergens. Vreemd. Ouderdom? Oude blessure? Verdwaalde breinaald? Een waterpijp? Vast een oude blessure. Hij wist het niet, maar hij wist op dat moment ook nog maar één ding: hoe pijn voelt. Vervolgens ging hij moeizaam zitten en krabde even aan zijn beginnende baardje. De laatste tijd had hij weinig tijd gehad om zijn baard structureel ‘in shape’ te houden. Hij deed het tegenwoordig alleen wanneer het hem uitkwam. Toch vond hij het niet erg. Het was een baardje van een dag of vier. Vandaag dan. Op deze Felle Zon-Dag®.
Worden baarden in het dagelijks leven trouwens vaker in dágen gemeten dan in céntimeters? Ja, waarom? En waarom worden, excuseer me dat ik hier eventjes op in ga, bij dit soort uitroepen, ‘dágen’ en ‘céntimeters’, steevast de ‘á’ en de ‘é’ benadrukt middels een accent? Wanneer je het hebt over négeren en negéren, dan praat je, en hier volgt een dubieus.. ‘inhoudelijk’, over hetzelfde. Dus is die benadrukking óók niet nodig. Mét accent.
Auw. Kramp in de vingers van de hoofdpersoon, door het krabben aan zijn baardje. De blik van de hoofdpersoon naar de man achter het toetsenbord, was niet mals. En hij had er kramp van gekregen. In zijn vingers. In zijn blik inmiddels… bíjna. De schrijver diende hem van repliek met ‘ik kan je maken en breken’, liet de hoofdpersoon voor nu met rust en ging verder.
De hoofdpersoon dacht terug aan de tijd dat hij nog atletiek deed. De O.S. was waar je het allemaal voor deed natuurlijk, dé Olympische Spelen. Maar nu dacht hij terug aan de O.J. Runs.
De Open Jamaican Runs waren geweldig om mee te maken. Als kleine Jamaicaanse jongen droomde je ervan om dit mee te mogen maken, laat staan mee te mogen doen. Het was alweer een aantal jaren geleden geweest dat hij dat voor het laatst had gedaan. Hij was wel de mán destijds. Nog steeds eigenlijk. Het was een geweldige happening. Internationale pers, aandacht van het vrouwelijk schoon. In iedere winkel op Jamaica was er wel een beeltenis van hem te zien. Hij was een cultheld in wording, ach… het kon niet op. Ook niet ín, terzijde gezegd. Of uit, laten we het daar maar helemáál niet over hebben. En alsof er trouwens ook nog normále Olympische Spelen zijn. Want ‘de Olympische Spelen’ zijn qua media-aandacht natuurlijk in NIETS te vergelijken met ‘dé Olympische Spelen’. En hij was de mán. Want? Alsof gewoon ‘man’, zonder accent als in het eerder genoemde ‘mán’, per ongeluk ‘vrouw’ zou betekenen. Echt niet.
Een priemende blik van de hoofdpersoon naar de schrijver. Het noodlot sloeg toe. Een hoge snelheid voerend object, een IFB,een Identified Flying Breinaald, erachteraan. Aha, dus tóch een breinaald, dacht de hoofdpersoon. De schrijver ging, na deze frontale aanval te hebben mogen meemaken, enigszins geïrriteerd en op zijn hoede, verder.
De hoofdpersoon had het een beetje gehad met zijn leven te leiden, te mijmeren in dit geval en continue onderbroken te worden, zo lieten zijn gedachten blijken. Hij was als kleine jongen, opgroeiend in Jamaica wel het één en ander gewend, maar merkte dat hoe ouder hij werd, mensen zich ook steeds volwassener gingen gedragen. In dit geval was dat dus niet zo. De schrijver blééf hem onderbreken en hij was het gewoon zat. De schrijver voelde zich ietwat beledigd. Hierdoor werd de atletiek-outfit die in een vitrine in de entree hing, vager, en begon vaag op een… American Football-outfit te lijken?! De hoofdpersoon pakte een slipper die naast zijn bed lag en gooide die naar de schrijver. De schrijver deed zijn best die te ontwijken (..ontwijkmanoeuvre…) maar dat lukte hem helaas deels. Het net gevulde glas whisky viel keihard op de grond. Dood. De schrijver was des duivels. En bedacht zich het één en ander.
De hoofdpersoon begon kleine stuiptrekkingen te krijgen. De atletiekschoenen in zijn kast met trofeeën, waren inmiddels op onverklaarbare wijze voorzien van een geheel ander logo. De schrijver strekte zijn vingers, spitste zijn gedachten op één, belangrijke, onvermijdelijke actie: wraak.
Terwijl de hoofdpersoon, wederom aan zijn baardje krabbend, uit zijn raam keek, zag hij dat het raam was getransformeerd in een raampje. Van een auto. Alhoewel, ‘een’ auto? Middels een tijd-, plaats- en ruimtematrix, was hij in ‘dé’ auto terechtgekomen. Midden op de snelweg. ‘Een’ snelweg. Maar inmiddels toch wel dé snelweg der snelwegen. Omringd door een colonne politiewagens. Racend als een gek. En hij zat zelf in een Bronco. ‘Nou ja’ en voorál ‘oh jee’, dacht O.J. Hij keek naast zich en zag een American Football-helm liggen. De mega-afro die hij inmiddels op zijn hoofd had in plaats van z’n dreadlocks, paste sowieso nog maar nét in de Bronco. ‘Díe helm…op déze afro..?!’, dacht hij, moeizaam hoofdschuddend vanwege de mega-afro. Hij dacht aan een droom, een disco.. of een film wellicht, maar het ‘naked gun’ wat zomaar in hem opkwam, zei hem niets. Toen hij de helm optilde, zag hij een zakje wiet en een oud verlept singletje liggen… ‘…Musical Youth…’ mompelde hij, inmiddels zonder Jamaicaans accent.
En ineens wist hij het. De puzzelstukjes vielen in elkaar. Hij ging niet bij dé politie, maar hij wist wel wat anders door deze tekenen. Een knipoog naar de schrijver was het logische gevolg. Hij was gered. Nadat hij het gaspedaal dieper had ingedrukt, kwam uit het allerlaatste restje, zijn lichaam verlatende Jamaicaanse wijsheden, ééntje ervan, héél zachtjes, in zijn geheel voorbij. Hij vatte een duivels plan waarmee hij dé dans zou kunnen ontspringen.
‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past…’ (*
(*- de originele versie is wegens irrelevantie ge-edit: ‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past en pass the dutchie aan mi rechterhand-zijde, wanteneh mi linkerhand-zijde is dead’, die niet jaren maar járen later werd aangevuld met ‘.., dead like Sanka’, red.
2008
Robetussen/Robitussen
oktober 18, 2008
Voor diegenen die bekend zijn met Chris Rock, moet dit woord een belletje doen rinkelen. Altijd heb ik eraan gedacht en pas nu denk ik: ja. I understand. Ik wil het. Maar niet voor alles. Want sommige dingen zijn niet weg te wonderen met Robetussen. Diezelfde dingen maken jezelf juist alleen maar méér ‘wonderen’.
In zijn eigen show waarin hij terugblikt op zijn jeugd, kwam het ook ooit ter sprake. In de televisieserie ‘Everybody hates Chris’, vertelt hij als voice-over over zijn jeugd in ‘the hood’, in Bed-Stuy (Brooklyn). Dit wordt vervolgens meesterlijk neergezet door een groepje acteurs, waaronder kinderen natuurlijk, die, gezien hun ‘spel’, waarschijnlijk álle creatieve vrijheid krijgen om hun komische kunsten te etaleren. Wat ik zo leuk vind aan de serie, zijn de zogenaamde ‘what if..’-momenten. Je kent ze van bijvoorbeeld Family Guy. Want dat kijk ik. Of van natuurlijk Ally McBeal. Want dat k.. eh, omdat je het kent. Van absurd, naar absurder, naar totale onzin, drie dus, in het geval van ‘Everybody hates Chris’. Ineens zit je, ná een bepaalde uitspraak van iemand, in een scène die de gedachten, verwoord door Chris Rock’s stem, worden uitgevoerd. In dit geval was hij ziek en adviseerde zijn moeder om wat Robetussen te gebruiken. Het schijnt een wondermiddeltje te zijn. Omdat ik niet wist hoe ik het moest schrijven, heb ik het opgezocht op het net. Ik kreeg Robetussen en Robitussen, vandaar de dubbele titel.
Voice-over: “According to my mother.. i could use Robetussen for eeeeeeeverything..!.” Daarna kwamen er drie scènes om te laten zien waarvoor hij het dan wel kon gebruiken. Meestal zijn dat de scènes waardoor ik meestal bijna in mijn broek plas. Door de lachdruk. Maar voorál door de overtuiging. Alsof het echt gebeurt. De eerste, ‘absurd’, bespaar ik je. Want die ben ik vergeten. ‘Absurder’ laat zien hoe zijn zusje haar arm breekt en bij nummer drie wordt, ik meen zijn broertje aangereden. De manier waarop de televisiemoeder van Chris Rock na deze ‘what if’-incidenten vertelt dat ze hiervoor wel eventjes Robetussen moeten gebruiken, is zó overtuigend serieus, dat je bijna gaat Teleshoppen. Maar er staat geen telefoonnummer. Dus droog je je tranen maar. Met een doekje. Zonder Robetussen.
Je hebt net gezien, gelezen weliswaar, maar wat is niet waar tegenwoordig, wat Robetussen in feite dus allemaal kan. Of zou kunnen. Volgens Robetussen-mom, televisiemoeder van Chris. Of toch echt…? Maar mijn verzoek: heb je wat Robetussen liggen, stuur het naar me. Inmiddels is, tijdens mijn 34-jarige kruistocht op deze aardkloot, mijn hart wel eens gebroken. En dat zal ook nog wel vaker gebeuren. Dat ik Feyenoordsupporter ben, laat ik wat dat betreft zelfs nog buiten beschouwing. Buiten de zijlijn, of beter gezegd: terzijde. Maar in ieder geval buiten kijf. Dat ik ongeveer 33 van die 34 jaren áltijd, cónstant én consequent irritant heb geroepen ‘ik heb nog nooit wat gebroken’, moet ergens bij die man daarboven zijn aangekomen als ‘spam’. ‘Oh ja joh’, moet hij gedacht hebben en knipte vervolgens drie keer met zijn vingers. En hij ging vervolgens door met …niks.
Dit jaar is anders. Botje in mijn hand gebroken in juli. Afgelopen week met zaalvoetbal iets in mijn enkel verrekt. Echter dusdanig, dat ik gedwongen was om naar het ziekenhuis te gaan voor, wederom, foto’s. En ik heb die vorige nog steeds niet terug. Slechte zaak. Als het een fotoshop was geweest. Maar het is wel een goed ziekenhuis. Dus een goede zaak. Een goeie tent ook. Ze kennen me vreemd genoeg nog niet, terwijl ik de laatste tijd toch een band heb opgebouwd met het personeel aldaar. Uit navraag bleek echter anders. Wanneer ik me daar weer ga melden, aanstaande woensdag voor een dubbele controle, want hand én enkel, lekker makkelijk, ben er tóch, dan zou ik best wel in aanmerking kunnen komen voor een abonnement. Echter ga ik eerst voor een strippenkaart. Krijg ik er meteen twee bij. Poortjes heb ik nog niet gezien, maar wat nog niet is gekomen, zal ik wellicht alsnog snel kunnen zien. Bij mijn eerstvolgende bezoek al. Vol verwachting klopt mijn hart.
Mijn ogenstunt paste wat dat betreft in hetzelfde straatje als bij, wederom, Chris Rock. In een stand-up show geeft hij aan wat we tegenwoordig allemaal wel niet kunnen met onze technologie, alsmede dat we veel ziekten kunnen genezen. Maar veel ziekten ook niet, wat hij op zijn kenmerkende wijze ter sprake stelt. Hij vertelde bijvoorbeeld over, nee, eigenlijk vroeg hij iets vóór Stevie Wonder. “We can walk on the moooon… but we can’t cure blindness. Stevie Wonder… he gaaave us ‘myyy cheriiiie amooooorr’…!!! Can’t! We! Give! The! Man! A! PEAK..?!?! Just-a-li’l
PEAK…?!?!’ (*
In hetzelfde straatje..? Want…? Nou, zou ik Robetussen gebruiken voor mijn ogen, dan waren er minimááááál (‘ja?’ – ja!, red.) twéé mensen die een ‘PEAK’ zouden willen. Dus ik denk dat het daarvoor weer níet gebruikt kan worden.
Aboutaleb burgervader van Rotterdam? Smeer wat Robetussen op je.. (on)begrip. Je linkerwenkbrauw verstuikt door de snelheid waarmee een instantie als de overheid iets zó snel voor elkaar heeft gekregen? Smeer wat Robetussen op je wenkbrauw. Geert (’s haar) in de war hiervan? Robetussen-gel. Feyenoord? Geef die gasten allemaal Robetussen-tenues. Mijn lichamelijke bullsjiT in 2008? Ik neem een bád vol Robetussen. Financiële crisis? …..hm.
…..bel Ally McBeal’s kantoor en neem een advocaat. In de arm, welteverstaan. Hoewel… huur er gewoon maar eentje in. En het absurde moment in de serie zal óngetwijfeld zijn: de beslissing van alle regeringen op deze, zelfde, aardkloot, om de mensen, die tezamen een onvoorstelbaar groot geldbedrag, het ‘vertrouwens’-spaargeld van de menselijkheid, op dubieuze wijze hebben verhandeld en belegd op de beurzen, te verblijden met… nóg meer geld. Alsjeblieft. En omdat het zo absurd was, hebben ze er, allemaal, nóg een groot bedrag bijgedaan. Alsjeblieft. Om het absurder te maken dus. Want dat wat niet werkt, door geldtekort, moet wel blijven draaien. Door éxtra geld.
‘Hm… daar is geen derde ‘what if..’-moment voor nodig’, zal Chris gedacht hebben en gooide het idee in de prullenbak.
Alle Robetussen-produkten op een stokje, met een willekeurige Rob ertussen: ik denk dat het ‘totale onzin’-moment nog moet kómen.
Maar dan écht. En niet weg te wonderen met Robetussen.
2008
(* – niet alles is letterlijk, so pleeease. Please.. be gentle, red.