Verplichte tiet

januari 22, 2009

‘Ben je nou helemáál bes…. HEY, uit met dat ding!!’

‘Mijn god. Mijn goede, goede god. Mijn Jezus. Bij de balharen van alle niet-geschoren katers op aarde. Bij de krijgers van Walhalla. Bij alle ontsnapte gekken in den lande. Heilige stront. Is dit.. normáál? Ko-leeer-te. Nnnnaaaaaa….. sjéézes. En… nee, oooo, naaaaa.’

Als mens komt het wel eens voor dat je televisie kijkt. Soms gluur ik, zoals in dit geval. Ik frutsel dit, maar houd toch in de gaten wat er gebeurt. Op de televisie. Maar toch niet echt heel erg aandachtig. Staat de televisie echter aan rond acht uur, dan is mijn aandacht toch ietwat.. méér richting televisie.. gericht, laat ik het zo noemen.
Het nieuws is hartstikke interessant. Maar daar heb ik het nu niet over. Ik denk dat ik inmiddels dusdanig ben geïnformeerd over de economische crisis, dat ik op dit moment overweeg de initialen van mijn doopnamen te vervangen door de letters R.T.L.Z. Dus dat geeft op z’n tijd wat ruimte voor vertier alhier. Maar dit natuurlijk volkomen terecht, jawel: terzijde.

Om acht uur komt er op Veronica een comedy-serie die ik helemaal niet grappig vind. Freddie. Met Freddie Prinze Jr. Ik ken hem ook niet/Ik ken hem niet/Ik vind hem ook leuk. Dat laatste is niet waar. Soms vind ik het leukste aan die serie dat ik soms in de linkerbovenhoek van mijn scherm het ‘mute’-tekentje zie. Maar dat is gekheid. Want ik lieg. Een beetje. Okay, ook niet waar. Nog immer zie ik zwart, dus dat betekent dat de leugen keihard is.
Want de zus van Freddie… mijn god. Mijn goede, goede god. Zie boven en het gaat meestal verder. Hadden ze aan mij gevraagd een titel te verzinnen, zou ik de serie gewoon ‘Tiet-el’ noemen. ‘Freddie’s Twinz’. ‘Freddie’s sister’s Twinz’. Senior. Maal twee, inpakken graag! Word het ooit een film, dan geef ik ze gratis ‘Titman: The Dark Nipple’, ‘Tits of the Ring’ en ‘Titformers, more tits meet the eye’. Schandalig. Ik weet niet eens hoe ze heet, maar ik zal er eens op letten. Natuurlijk.

Wanneer zij in beeld komt, kan heel de set in de brand vliegen, ik zou het niet opmerken. Er zou bij mij zelfs brand kunnen uitbreken en dan nóg zou ik tegen de brandweer zeggen: ‘…pijn..?! ..man, je staat in mijn bééld, SCHUIFFF..!!!..’ Zijn ze per ongeluk iets later dan half negen, ach ja, dan zou ik me sociaal gedragen.
Zij heeft de beschikking over een stel borsten.. laat ik proberen het uit te leggen. Als die borsten broodjes waren en de spreekwoordelijke, al-tijd broodjes weigerende honden lustten er geen brood van, wel, dan zou ik die honden keihard uitlachen. En als een idioot broodjes gaan eten. Om dit verhaal niet al te lang te maken: ik ben een heteroseksuele billenman. Dit woord komt door de spellingscontrole, zegt dat iets? Dit betekent overigens niet dat ik een grote ‘B’ op m’n borst heb en ’s nachts door de straten zwerf, op zoek naar billen. Ik heb er een sterke voorkeur.. náár. Vooral mijn ogen verraden dat aspect. Soms mijn nek, maar dat komt door obstakels. Mensen zogezegd, die in de weg lopen tijdens een verkenningstocht van mijn ogen.
Ik ben echter niet vies van een stel per ongeluk met de billen meegewaaide borsten. En goed, als die zus van Freddie dan in beeld komt, denk ik dat menig man daar toch plezier aan kán beleven. Ik bedenk me ineens dat ik dat wel degelijk óók zou kunnen. Yes, hell i can. Zo, dat ook weer gehad. Maar op welke manier dan ook. Heb je geen idee en wil je meer weten over wát je er nou allemaal mee zou kunnen doen, vraag het dan aan de eerste persoon, die je na dit gelezen te hebben, spreekt. Of groei nou gewoon eens een keertje op. Of verander nou gewoon eens je seksuele voorkeur. Of doe er gewoon maar iets mee. Draai ze er echter niet af. Schijnt niet leuk te zijn.

Het draait in ieder geval allemaal om een kok en die kok is Freddie. Hij heeft een side-kick en ach, ja, ach.. dus die zus woont bij hem én haar dochter én haar moeder en er is nog een ex van z’n overleden broer geloof ik in het hele verhaal. In werkelijk iedere aflevering krijgt ze het voor elkaar om met haar voorste gevel vele malen emotionele schade aan te richten. Stel dat ze tien scènes heeft. In de serie dan, de scènes in mijn hoofd gaan wederom de terzijde-hoek in. Dan zal ze in die tien scènes telkens weer iets dragen, wat niets aan de verbeelding overlaat. Niets? Behalve dan dat je verbeelding je aan de hand neemt en je gedurende dertig minuten meeneemt naar het Land van Tiet. Niets? Behalve dan dat het percentage wat je al ziet gedurende die scènes, des te meer reden geeft voor de legitieme vraag ‘En? Nou? Waar is de rest??’ Je vraagt niet veel. Een decolleté. Een d e c o l l e t é. É. ÉÉÉ. Umbrella. Ey. Je ziet al een hoop, dus zoveel vraag ik… of jij natuurlijk, laten we wel wezen, eigenlijk niet op dat moment. Toch? Toen zij haar contract ondertekende, kan het niet anders dan dat ze zwaar werd afgeleid door iemand. Waarschijnlijk had die iemand een penis van twee meter. Of het was zo, dat iemand ná haar ondertekening, het kopje ‘kleding’ in het contract, letterlijk heeft laten verdwijnen. Of het heeft ingekort. Of het te heet heeft gewassen. In ieder geval: alle credits aan de casting. Ik geloof niet dat iedere scène een dusdanige blootstelling van willens en wetens uitpuilende borsten noodzaakt. Maar hey, begrijp me niet verkeerd, ik klaag niet.

Wel over dit. Er is, voor zover bij mij bekend, één aflevering geweest, die ik nog heb gezien ook, waarin ze een trui droeg. Niet eens een normale trui. Nee. Stel je voor. Het was een fleece-jas-achtig ding. Er was helemaal niets te zien. Niets te wensen. Gelaten. Over. ‘Ben je nou helemáál bes…. HEY, uit met dat ding!!’ En werkelijk waar: vijf seconden later ging die trui uit, over haar hoofd en ik zag tot mijn grote verbazing…het aller-kortste en -strakste shirtje werkelijk, wat ik tot op dát moment van haar had gezien. Mijn god. Mijn goede, goede god. En zo verder. En Justice for all. En ‘amen’. En weer inpakken graag. Dus toch niet over dit. Dus ik klaag toch niet. Maar ik lul wel. Zeker over die tien scènes.

Want in de aflevering die ik vandaag heb gezien, was ze slechts in één enkele scène te zien. ÉÉN. Heilige stront.

En ik mompelde gewóón ‘amen’.

-# 2009

Een voorliefde voor mooie ogen. Voor mooie, volle lippen. Kale knarren willen soms ook in trek zijn. Meestal is dat dan een voorkeur die vrouwen hebben ten opzichte van mannen. Sommige mensen hebben gewoon ’schijt’ en willen alles wat beweegt. Ik vind, want ik schrijf dit, dat er iets bij moet zitten wat je hetzij leuk, hetzij lekker vindt. ‘It’s the inside that counts’ is een mooi voorbeeld van een leugen die wereldwijd verspreid wordt. Er zit een waarheid in, maar natuurlijk. Gelukkig maar. DAT er een inside ís. Toch zul je eerst op enigerlei wijze getriggerd moeten worden door iemand’s uiterlijk. Voordat je ook maar één woord zegt. Klaar als een klont.
 
Iedereen heeft zo zijn voorkeur zoals ik hierboven heb gemeld. Twee mannen kunnen tegelijk iets zien, waarna beiden spontaan beginnen te huilen. De ene vanwege de pijn aan zijn ogen. De onherstelbare emotionele schade. Het onbegrip, gefronste wenkbrauwen. De ander echter van geluk. Het bekijkend als was het een kunstwerk. Schitterend. Tranen met tuiten welteverstaan, want zij tuitte haar lippen, dus kon hij niet achterblijven. Daarna volgt een discussie die voor normale mensen -lees: vrouwen- niet direct te volgen is. Een willekeurige man die je niet ééns hoeft te kennen, kan één seconde lang bij die twee mannen komen staan en direct focussen waar het over gaat. Jjjjja. De ene beschuldigt de ander van blindheid, domheid, gekheid. De ander beschuldigt de ene van hetzelfde. Men komt er niet uit. Misschien zit die ‘beauty’ dan toch verankerd in de ogen van de ‘beholder’…
 
Dit hier is de reden dat ik vaak last heb van mijn nek. Mijn trigger-issue is ‘de vrouwenbil’. Wijs me er eentje aan en ik zal met je meekijken. Ik ben de beroerdste niet. Wil je dat ik er mijn mening over geef, dan zal ik die geven. Hey, het is een dirty job, maar iemand moet zich opofferen in deze maatschappij. Het bewieroken van een willekeurige ‘vrouwenbil’ is bijna mijn tweede natuur. Sterker, soms mijn eerste. Het verschil? Als je er géén ziet, dan is het je tweede natuur. Zie je er (minimaal) één, dan is het je eerste. Kristalhelder. Kleine nuance: zie je er géén, kun je door middel van je mannelijke visualisering(s)kracht er zolang over praten, dat het toch weer je eerste natuur wordt. Geloof me: nog steeds kristalhelder.
Menigmaal heb ik verkondigd dat ik er een boek over zou kunnen schrijven. Zou ik bezig geweest zijn met een boek, dan was dit de uitgebreide proloog. Echter met een geheel nieuwe toevoeging: een totaal géén verband met het verhaal houdende epiloog.
 
EPILOOG
 
Toen ik mijn straat uitreed, zag ik een vrouw lopen met een mooie billen. Navraag leerde dat het haar eigen billen waren gelukkig. Ze ‘droeg’ haar billen met trots. Van links naar rechts. Zulke mooie billen. Twee simpele drukken op mijn toeter deden ze weer terugdeinen. Van rechts naar links dus, want ze liep ineens vreemd. Anyway, linksom of rechtsom, het bleef dezelfde ’set’ billen. Op weg naar de snelweg had ik inmiddels meerdere keren mijn hoofd geschud door al het moois wat er bij de vrouwenbillenbalie vandaan is gekomen. Op de snelweg dacht ik voor het eerst aan een bil toen ik mijn afslag miste. Mijn eigen bil. Het kleine druppeltje nervositeits-zweet dat bijna via mijn onderrug mijn bil ingleed. Ik pakte een afslag erna en dacht dat dit een duidelijk geval van ‘blaren’, ’zitten’, ‘branden’ en, jawel: ‘billen’ was.
 
Eenmaal in het kleine stadje, zag ik dat de plaatselijke vrouwenbillen gezegend waren door de zon. Het Lot had ervoor gezorgd dat mijn ogen voldoende bil-vitaminen zouden krijgen. Aangezien ik de weg niet kon vinden in big bil-city, kregen mijn ogen een vitamine-shot die zijn weerga niet kende. Na een half uur lang te hebben rondgereden, werd het tijd om mijn woordje ‘bilateraal’ toe te voegen aan deze zin.
 
Op de terugweg reed ik achter mijn directeur aan, maar ik zag zijn bil niet gelukkig. Ik zou die avond naar een concert gaan om mijn bil – deels, alleen rechts- te schudden en we hadden genoeg tijd. Op diezelfde terugweg kwam het echter tot een ‘gezicht-bil’-botsing. Mijn achterligger had het gemunt op mijn autokont. Dat werd vervolgens mijn réchterautokont. Kop-staart in de volksmond genoemd, maar de achterkant van een auto heet toch echt een kont. Bil dus nu. Er mist een stukje aan de rechterkontzijde van mijn auto. Wanneer ik die mooie autokont weer kan aanschouwen, is nog niet bekend. De andere heeft weinig aan de bilkant. Die heeft meer last van een voorbilontsteking. De linker voorbilzijde is ietwat gekortwiekt. Ongeveer hetzelfde als wat ik aan de autokont heb.
 
Enkele vragen die naar aanleiding van de afsluiting van mijn bilveldonderzoek zijn overgebleven:
Welke bil van welke vrouw heeft op de bril van de man van het bergingsbedrijf gezeten? Zodra dat bekend is, wil ik graag ook weten of het ene glas en het bijbehorende pootje daar zijn achtergebleven. Welke bil heeft een scheet geproduceerd die voor onherstelbare schade aan zijn spraakvermogen heeft gezorgd? Welke bil heeft de twee agenten zo lang opgehouden zodat die pas kwamen nadat ALLES al geregeld was? Hun eigen bil wellicht? Welke bil heeft ervoor gezorgd dat één van beiden aan mij vroeg of ik een gordel droeg? Welke bil zou denken dat ik zou zeggen: ‘eh.. nee?’ Welke bil heeft ervoor gezorgd dat ik bij het uitstappen uit de sleepwagen bijna iemand met die mega-deur van z’n fiets afsloeg? Welke bil heeft ervoor gezorgd dat de man van het bergingsbedrijf niet ter plekke een blaastest moest afleggen toen die twee agenten alsnog aan kwamen waaien? Welke bil heeft ervoor gezorgd dat -hoorde ik achteraf- twee voorbijrijdende blote billen gezichten het nodig vonden een foto te maken van de overblijfselen van de aanrijding?
 
Wacht op het billenboek, want het komt eraan. Of de billenalmanak. De billenmonologen, zo je wilt. Is het niet nu, dan is het later. Het archiefmateriaal in mijn geheugen is onuitputtelijk en, niet geheel onbelangrijk: onuitwisbaar.
 
EPILOOG OVERLOPENDE IN NAWOORD:
 
Ik zou bijna zeggen: je had erbij moeten zijn. Maar dat doe ik niet. Ik probeer het. Want eigenlijk was hetgeen gebeurd was helemaal niet grappig, maar door de mensen die erbij betrokken waren, was het voor mij een onvergetelijke ervaring. Het was voor beide betrokkenen de eerste aanrijding ooit. Degenen die erbij waren, waren gepokt en gemazeld in dit soort situaties. Alles was voor ons beiden nieuw en onbekend terrein. Tóch kreeg de man van het bergingsbedrijf, die ‘ze’ waarschijnlijk van Fantasy-Island vandaan hebben getoverd, het voor elkaar om ons te laten denken dat wíj de verzinsels waren. De gekken. Fantasy Island omdat je die man niet kon verzinnen. In geen enkel verhaal.
De eerste van de twee mooiste was een beetje in de stijl van dit verhaal. Memento. Of tutti-frutti. Hij had een papiertje voor zich en daar stonden allerlei getallen en letters op. Ik zag het en wenkte mijn mede-autoloze. Einstein had zich in zijn graf omgedraaid, want hij zou denken dat zijn evolutie-theorie was weersproken. Door notabene deze man. Wat bleek: die getallen en letters vormden kentekens. Van auto’s. Auto’s op deze planeet nog wel. Ik had mijn kenteken genoemd, ik wist het nog, want dat was een minuut ervóór. Ik keek en moet zeggen dat ik best een gevoel heb met getallen. Toch was het voor ons een raadsel hoe hij ze kon onderscheiden. Geen lijnen ertussen, alles letterlijk en figuurlijk door elkaar. Vooral de letters letterlijk. Voor dit verhaal was het onmogelijk om -istie weer- letterlijk op te noemen hoe hij de kentekens doorbelde aan zijn… ‘assistente/collega aan de andere kant van het bakkie’. Want hij belde niet, hij schreeuwde ze. ‘…Chaaarrr…lyyyy…’ Denk hierbij aan je dronken oom met een overslaande stem. Bij de derde ‘a’ en de tweede ‘y’. ..’Tannn…gggooowww..’ Nadruk op de tweede ‘w’. En dat duurde wel vijf tot tien minuten. Hij zei geen ‘Zulu’, maar wel ‘Papa’ en ‘Bravo’. Gelukkig vroeg ze niet of hij ‘Tannngggooowww’ even wilde spellen. Zaten we nu nóg in die wagen. ’..durie.. keeer….willemm… w….van… wilfred…isaaac.. i…leeee-jooo…leee-jooo..!!’ Blijkbaar is alles goed gegaan, want mijn gegevens zijn bekend bij ze. Mijn naam is vanaf nu bij Budget-lease ‘Meneer Savo’.
 
Eenmaal in het kantoortje aangekomen, moesten er nog wat papieren ingevuld worden door de man van het bergingsbedrijf. En blijkbaar met onze hulp, want onze legitimatie-papieren overhandigen was niet voldoende. Mijn tienmalig meegewassen, op IKEA-achtig materiaal gelijkende rijbewijs, werd door de man die een één-potig-inclusief-één glas-inclusief-neusbruggetje-achtig apparaat een BRIL durfde te noemen, afgedaan als : ‘..Nou… ’s, ’s kijken offff we hier ietzzfan kunnnnnne mmmakeeuh….’ Ik zweer het je bij de goden van alle verkeersborden op aarde: alleen de -hips!- ontbrak. De andere had ook enkele aanvullende gegevens moeten leveren, maar wederom: voor ons was het nieuw. Wij reageerden op zijn vragen en opmerkingen. En die kwamen, raar maar waar, steevast uit de lucht vallen. De man vroeg en vroeg en ineens was hij stil. Hij schreef, zo goed en zo kwaad als dat ging en wij keken elkaar aan. Vragend. Lach inhoudend. Hard glimlachend als het ware. Het principe is misschien nieuw voor je, maar het werkt. Kijk wel uit dat je geen drinken in je mond hebt. Anders komt het uit je oren. Neus en mond wil ook wel eens gebeuren, maar dan ben je al een stapje verder dan glimlachen. Tien seconden wachtte hij en hij vroeg aan de man, zijn ogen zoekend: ‘……eh, was dat het of..?’  En de man reageerde tergend langzaam: ‘….hhhaad je nog…. mmmmeeeerrtan..?’ Hij weer: ‘Ja nou, ik weet niet?’, met de intentie te zeggen dat dat afhankelijk was van de eventuele vragen die nog gesteld zouden kunnen worden. De man diende hem van repliek en daarbij ook mij, want ik was er toch: ‘…. nnnnou dan…’ en hij schreef verder. Vanaf dat moment konden ze ons letterlijk wegdragen. Maar ja, dan was de kans groot dat hij opgeroepen zou worden om ons weg te slepen omdat hij tóch ‘in de buurt was’, dus dat ging mooi niet door.
 
Sja. Ik zei het toch. En nu zeg ik het alsnog, tegen beter weten in EN net als twee anderen mij binnenkort zullen vertellen over het door mij gemiste Jay-Z concert van diezelfde avond:
 
 
Je had erbij moeten zijn.

-# 2008