Pislinks

september 24, 2008

 

Na ruim zeven weken, geen maanden, wéken, géén acht, ruim zéven, in het gips te hebben gezeten, is dat Hellboy-gebeuren voorbij. Nu het voorbij is, ben ik tot de ontdekking gekomen dat sommige zaken in het leven ongrijpbaar zijn. Temeer, daar ik tijdens mijn gips-tijd helemaal noppes kon beetgrijpen met mijn linkerduim en -wijsvinger. Of welke vinger aan die hand ook.

‘Krijg toch de…..’ Ken je dat? Wanneer je je paraplu meeneemt omdat het weer eens regent en hem ergens weglegt? Ik heb tijdens mijn gips-tijd enige weken met de trein en bus gereisd. Och, welk één jolijt. Zeker als ik het heb over een specifieke chaotische donderdag in september, maar dat leggen we, tesamen met de herfstbladeren, doodgewoon opzij. Tenminste, ik. Want dat kan ik.
In de trein is het een ware actie. Alsof alle paraplu’s ter wereld van Panini zijn en iedereen alle ‘plaatjes’ wil hebben. Maar dan wel door zijn eigen paraplu te laten liggen. Je kwam aan, dacht ‘zo staat-ie goed, niet vasthouden, zo weer meepakken’.
Dus. Ik heb nu een damesmodel liggen, zo’n kleine handzame. Twee weken terug ging ik zitten en zag naast me op een hele nette manier gepositioneerd een paraplu.. nou.. relaxen eigenlijk. Dus heb ik hem in mijn tas gestopt. Relax daar maar lekker verder. Sja, wie weet nou waar de afdeling ‘Gevonden voorwerpen’ is? Of toch… ‘Verloren voorwerpen’? Ik niet. Ik laat het wat die afdeling betreft hierbij want het gaat slechts om een paraPLU. Tegen REgen. Zodat je weet dat het niet om een paraTYPH gaat. Tegen tyPHOONS.

Boontje komt om zijn loontje, hoe noem je het, ik weet het niet, maar andersom was hetzelfde het geval. Andersom van wat? Van wat ik hierboven beschreef.

‘Krijg toch de…..’ In mijn eerste treinweek sinds jaaaren, had ik ook een keer een paraplu meegenomen. Het regende wel vaker, maar ik nam hem nooit mee. Slechts drie heb ik er in mijn bezit, maar toch vergeet ik ze altijd. Die dag niet, ik nam hem mee. Een halve minuut lang die dag, dacht ik echter dat dat niet zo was. We stonden ‘op’ (??) het balkon, een goeie vriend van me reed ook mee. Dat mocht namelijk, hij had een kaartje. Ik ook. We kwamen aan bij een station en het balkon begon langzamerhand vol te stromen. En, natuurlijk, precies aan de kant waar ik stond te leunen, moest de treindeur opengaan. Ik nam dus de kuierlatten en verliet de kerk voor het zingen van het koortje en ging aan de andere kant staan. Overleven was de norm. De rest was vervaagd. Nadat we wegreden uit het station, keek ik naar een lege hoek. De paraplu in kwestie [type M&M-Rasta-ArDjie, opdruk -in wit- 'Marsh & McLennan', een oude versie herenparaPLU dus, donkerblauw, met een Panini-plaatje erin van Ruud Gullit inclusief rastahaar] was gevlogen. Met de onbekende dief. Ik noem hem of haar een dief, want, zo ging het van de andere kant:

‘Wat een koleresooi segg in deze trein, sjongejonge en … oh nee, Piet Paulusma had gezegd dat het saah gaan regeneeee, dussseeh.. oh, neeeeeee…. ik heb geen paraPLU bijmeeeh.. sjit… oh, wesijjjjjn durrrr… snel opstaan zodat ik als eerste bij de deur sta… sssooooo… hey… leuke jongen (indien dievegge) / leuke jongen (indien dief, want: mietjeeeh met MIJN paraPLU!!!), staat gewoon op voooor.. heyy-heyy-heyyyy… zeg.. hehehe.. een parapeeeeeLLLUH.. hahaHA.. nou.. dat gaan we even slim spelen…’

Hierna dacht ik, kijkend naar die lege hoek ‘doe niet zo dwaaaaas, je had geen paraplu bij je…’ Ik vroeg het nog aan die vriend van me zelfs. En aan mensen die er zaten, twee vrouwen. De blik die ik van ze terugkreeg, gaf mij de indruk dat ik niet meer zo vaak Afrikaans inclusief klikgeluiden moest spreken. Niet-begrijpend. En nog iets positiefs: nietszeggend.

Weg! Verschwunden! Met de wind! Van je tralala en gebeurd!! Dat de paraPLU van de onbekende vrouw (denk ik toch) nu in mijn bezit is, beschouw ik dan ook als niet meer dan rechtvaardig.

Ik bedoel maar te zeggen: je doet het vanzelf. Ik had ook die dief of dievegge kunnen zijn. Alleen zou ik dan toch die dief zijn. Niet die dievegge. En niet naar een leuke jongen kijken. Want ik zou die paraplu echt stoerrr meenemen. In m’n tas. Als je ergens oversteekt zonder stoplichten, kun je in sommige gevallen van je links-rechts-links doen. In andere gevallen doe je van rechts-links-rechts. Je weet precies welke van de twee je moet hebben op dat moment. Het gaat als vanzelf. Voor sommige vrouwen is links hetzelfde als rechts, dus dat is helemaal makkelijk. Voor sommige mannen trouwens ook. Maar voor die groep is rechts hetzelfde als links. Maar niet wanneer je rechtdoor moet. Samen. Als man en vrouw. Want dan begint het gezeik pas écht.

Linksom of rechtsom: het gaat weer helemaal nergens over. Ben zo blij dat het hinderlijke gips eraf is, dat ik dit gewoon wil delen met mijn toetsenbord, mijn ogen en mijn beeldscherm. En mijn houten billen. Alleen een huishoudelijke tip kun je hieruit halen: probeer sommige dingen niet te verklaren.
Mijn allereerste toiletbezoek ná die zeven weken, althans, ruim genomen, dat ik zonder gips deed, bracht iets aan het licht. Alhoewel ik rechtshandig ben, ben ik dat links niet. Handig. Mèt die linkerhand rock ik echter toch, als het ware, de cradle. Niet de kasbah. Ik rock geen kasbahs. Dat doe ik niet. Vooruit, ronduit gezegd: ik ‘ben’ rechts, maar pis al sinds post-luiertijd met links. Na tien bier is dat pislink. Ook al zou ik rechtshandig pissen overigens. Of zonder handen. Of urineren, voor het nette: het blijft gezeik. Maar dat was gewoon terzijde.
Zeven weken ruim heb ik mezelf iets nieuws moeten aanleren, namelijk: pissen met rechts. Nadenken en pissen. Ik geef het je te doen. En dit hoeft trouwens in bepaalde gevallen niet letterlijk genomen te worden, de eerstvolgende keer dat je me tegenkomt.
Op dat moment suprème, het toiletbezoek na ruim zeven weken, dus nu zónder gips, gingen er werkelijk nul hersencellen aan de slag. Dit in tegenstelling tot de ruim zeven weken durende periode, die toch heel stiekem wel krap acht weken waren. Toch. Niks van dat nu. Va-va-vooooom! Hup, broek los, hup, links, hop, pissen. Dit is natuurlijk de versnelde versie.

‘Krijg toch de….’ zei ik hardop, deed een ‘zooomaaar blije kip’-dansje, trok vervolgens toch maar m’n broek weer omhoog (want ik was uitgedanst), trok door, trok m’n broekriem strak, waste mijn handen in onschuld en trok de deur achter me dicht. Al dat ge’trok’ ging trouwens -zonder nadenken-

met rechts.

-# 2008

Joepie! Tien vrienden… oh nee, negen… hmm, vreemd, wie is er… oh ja, ik zie het al. Tsss…
 
Wanneer je tien vrienden hebt, is het lastig zoals je ziet, om erachter te komen wie er ineens is verdwenen. Vaak is het ook een ‘tik’, duidelijk géén privé-tik, van Hyves. Gewoon een openlijke. Bij dertienhonderd en negenenvijftig vrienden is het al een stuk makkelijker om dit te achterhalen. Of…
 
Wat eraan ten grondslag ligt, is (me) niet altijd even duidelijk. Toch gebeurt het soms dat het aantal stijgt, maar vaker: dáált. Aan het begin van enig jaar wil men de ‘vriendenlijst’ wel eens doorlopen om door te lichten met wie er nog wel danwel niet ge-Hyved blijft worden. Laatst had ik hierover nog een ‘grappige botsing’. Over vriendenaantallen.
 
Tuurlijk. Okay. Ik had ook een andere botsing. Maar die had ik al beschreven. Tuurlijk. Okay. Afgelopen zaterdag had ik alweer een nieuwe botsing. Bij de eerste was ik niet betrokken. De eerste was namelijk die tussen de Quad en de rubberen banden langs het parcours. Dat ik op die Quad zat, was daarbij een detail. De tweede botsing was die tussen mijn onderarmen en een stukje asfalt, rubberen banden en een strookje gras. Hoe kon ik zo stom zijn om te denken dat de rubberen handvaten, nádat ik was gevallen, als een speer werden vastgeplakt? Ik was dat gewoon vergeten. Na een oproep van de begeleidster van dat onderdeel? Dat ‘onze handvaten aan het loslaten waren’? Ik had niet meer dan vijf rondjes mogen rijden, dat kon ook een reden zijn. Was ik het niet geweest, dan was het iemand anders geweest. Maar dan tijdens zijn derde rondje. Of ben ik ’vastgelijmde handvaten’-verwijderaar extraordinaire? Zó sterk ben ik nou ook weer niet. Het is één van de twee.
 
Nou moet ik niet liegen: één ervan liet los. De rechter. Dus ik had best met één hand kunnen sturen zou je zeggen. Wel eens op een Quad gereden? En die met één hand heuvelaf soepeltjes de bocht door willen sturen? Als dat zo is, dan vind ik je echt goed. En wat je vindt, mag je houden, dus ik hou dit lekker zelf. Leuk voor me, heeerlijkkk voor me. Alsof het jou interesseert wat ik vind… toch?
Tijdens mijn kortstondige ‘air-time’-imitatie van Michael Jordan’s ziekelijke achterneefje -want: er was geen basket, laat staan bal, laat al helemaal in de kou staan basketbal- moet ik dat handvat even in mijn handen hebben gehad. Hoe is het anders te verklaren dat dat ding later naast een wiel van de Quad lag.. Trok ik het er misschien af nadat de Quad me boos van zich af had geslingerd? Zou ook kunnen. Zou niet mógen kunnen. Indien dit het geval is. Nu even een gipsperiode: linkeronderarm in het gips, gebroken beentje van ‘t middenhandsgebied tussen de duim en de wijsvinger. Vervolg hierop komt deze week in het ziekenhuis, maar daar ga ik niet over vertellen. Dat vervolg is voor mezelf. Evenals alles wat erbij komt kijken.
 
Want ik wilde hier eigenlijk helemaal niet meer over vertellen. Maar ik kon het niet laten. Want ik had het na dit meest recente akkefietje helemaal gehad met mensen, vooral de denkwijze van sommigen. Vooral het ontbreken ervan. Wat leuk, wat grappig… oh, kijk, hij lacht zelf ook. Doorgaan! Laat ik het anders zeggen. Een ieder bepaalt zijn grens… zélf. En daarmee ben ik eigenlijk al klaar. En ik bén er ook een beetje klaar mee. Mocht het niet duidelijk zijn: iedereen heeft zijn omslagpunt. Zijn moment van gekte. Dat de stoppen doorslaan. Ik kreeg het bijna. Was een kwestie van ‘nog even’. Ike (van Tina) had er érg vaak last van. Hij had een band moeten oprichten: Ike en de Omslagpunten. Dan zou het beter gaan met hem. Of juist niet. Of met Tina. Maar dat terzijde.
Wat iemand ook meemaakt, fysiek of emotioneel, ga niet meteen als dokter Snuggles of psycholoog Shrink verkondigen dat het ‘maar….’ is. Dat er veel ergere dingen op de wereld zijn. Dat je nog leeft, gelukkig. Gelukkig? Als ik zo gelukkig was volgens jou, was ik doof geweest. Want dan had ik je dit niet horen zeggen. Gelukkig? Dan had je misschien iets gezegd waar ik wél wat mee kon. Met dit dus niet. Ik bepaal zelf wat ik bepaal. Daar ben ik niet voor niets al die jaren ‘ik’ voor aan het worden.
 
Om dus terug te komen op waar ik over begon: iemand vond het nodig om mij te verwijderen als vriend. Met diegene had ik laatst dus een grappige digitale botsing. Het was druk op Hyves of zoiets dergelijks, afijn, whatever. Ik ken hem in het werkelijke ménselijke leven, dus ja, of hij nou wel of niet ‘terugkomt’, ik zal geen blokje omgaan als ik hem tegenkom. Wel twéé blokjes. ach kijk, ik ken hem lang genoeg en we zullen erom lachen, of niet, maar dan drinken we in ieder geval een biertje met elkaar. Of niet? Tssss…..
Ook was er iemand die het nodig vond om mij te verwijderen als ‘vriend’. Die persoon heb ik één keer in mijn leven gezien. Dit jaar 2008 was er nul contact via Hyves, MSN, duivenpost, NIETS. En als ik weet wat ik heb gedaan om ineens de boycot te krijgen, geen idee. Op een gegeven moment wen je eraan. Een silent Hyver of zoiets dergelijks. Ik val je na twee tot drie normale vragen van mijn kant niet meer lastig en ‘gedoog’ je. We wonen nog altijd in Nederland.
Een tijdje geleden kwam ik in (digitaal) contact met iemand. Voor de duidelijkheid: het gaat hier om twee vrouwen. Ik wist van de ene niet direct dat ze de andere kende. Die andere, die ik dus één keer in levenden lijve heb ontmoet, was de silent Hyver. De ‘gedoogde’. Het beleid werkte, dus ik veranderde er niets aan. En anders zou het me ook niet meer interesseren. Wanneer het NIET werkte. De ene bleef onophoudelijk vragen stellen over de andere in eerste instantie. De ’ik-wééééét-niet’s en ‘gééééén idee’s vlogen uit mijn vingertoppen.
Wat gebeurt er: er is een vervelende situatie ontstaan tussen die twee. Het onderwerp laat ik in het midden. Want ik begreep het niet helemaal. Kon het me eigenlijk niet voorstellen zeg maar. Ik als leek die niet bekend is met allerlei backstab-activiteiten links en rechts. Moet er niets van hebben, uiteindelijk geef je jezelf die hoofdpijn. Ik veroorzaak ze ook niet, geen tijd voor. Geen zin in ook. Nigga please. Bitch please.
 
Ik werd er bijna helemaal over ingelicht van één kant, echter heb ik toen de stekker eruit getrokken. Ik heb niets met je en zoek niets met je. Met geen van twee. Dus maak me niet -ongevraagd- deelgenoot van je ‘bestaan’. Het is mijn ding niet. Ik kén jullie niet. We Hyv(d)en, we mailen, that’s it. That sjiT. Los jullie ding op. Jullie. Niet wij. Jullie zelf.
Sorry dat ik dit volgende nu moet melden, maar: let op, nu gaat het snel. Een toevoeging op mijn Hyves van de ene, heeft geleid tot een ‘vertrek’ van de andere. Als was TiTa-Tovenaar back in business. Donderslag. Bij toverslag. Toverslag. Bij Donderslag. Bij heldere hemel. Toeval bestaat niet. Voor diegenen voor wie het te snel ging, een toelichting.
Het bewijs is geleverd: er is dus wel dégelijk een Matrix, een Virtual Reality. Volgens mij is het daar heel eng. Eigenlijk, of éérlijk: ik wíl het helemaal niet weten. Michael Jackson’s muziek is dus echt tijdloos: ‘Beat it‘ en het einde van ‘Why you wanna trip on me‘, het ‘stop trippin-trippin-trippin-trippin-trippin-trippin‘, hoor ik honderdduizend keer achter elkaar.
 
Er zal vast wel iemand zijn die dit leest en denkt: hey, je kan dit tikken, dan kun je ook werken. Als ik putjesschepper was geweest, niet. Scheppen kan denk ik alleen met twee handen. Ik kan wel tikken op een toetsenbord. Speel inmiddels de beat van… nee, tikken gaat best, het kost alleen wat moeite. Met mijn linkerduim tikken gaat wel sneller, alleen tik ik dan een stuk of drie letters die om de letter heen zitten die ik juist nodig heb. Dat verwijderen kost weer tijd dus… fijn dat gips.
Bovendien: als je een idee krijgt van wanneer ik ben begonnen met dit stukje, zou je begrijpen dat dit stuk tikken en werken, twee totáál verschillende dingen zijn.
 
En als je hier wat anders van vindt, wel, dan heb ik geleerd: mag je dat houden. Leuk voor je, heeerlijkkk voor je.
 
 
 
Alsof het mij………..
-# 2008