Een dag om nooit te vergeten… Zijn ogen gingen langzaam open. Hij dacht dat hij de avond ervoor tegen een tram aan was gelopen, dat was het allereerste wat in hem opkwam. Hij kon zich niets herinneren van die dag ervoor. Het felle licht van buiten scheen volop in zijn gezicht. De gordijnen waren opengebleven die nacht, zoveel was duidelijk. Mijn god, wat een fel licht, dacht hij. Alsof de zon een punt wilde maken: ‘ik ben de felste’. Vooruit, de zon wint deze slag. Alsof de zon concurrentie heeft. Eindhoven heeft zijn best gedaan om er als stad tegen op te boksen. We mogen concluderen dat ze dat niet is gelukt.

Met zijn uitgestrekte arm, houdt hij zijn rechterhand voor ogen. Richtte zich enigszins op, voor zover hij dat nog kon. Een pijnscheut door zijn lichaam. Auw. Een steek. Ergens. Vreemd. Ouderdom? Oude blessure? Verdwaalde breinaald? Een waterpijp? Vast een oude blessure. Hij wist het niet, maar hij wist op dat moment ook nog maar één ding: hoe pijn voelt. Vervolgens ging hij moeizaam zitten en krabde even aan zijn beginnende baardje. De laatste tijd had hij weinig tijd gehad om zijn baard structureel ‘in shape’ te houden. Hij deed het tegenwoordig alleen wanneer het hem uitkwam. Toch vond hij het niet erg. Het was een baardje van een dag of vier. Vandaag dan. Op deze Felle Zon-Dag®.
Worden baarden in het dagelijks leven trouwens vaker in dágen gemeten dan in céntimeters? Ja, waarom? En waarom worden, excuseer me dat ik hier eventjes op in ga, bij dit soort uitroepen, ‘dágen’ en ‘céntimeters’, steevast de ‘á’ en de ‘é’ benadrukt middels een accent? Wanneer je het hebt over négeren en negéren, dan praat je, en hier volgt een dubieus.. ‘inhoudelijk’, over hetzelfde. Dus is die benadrukking óók niet nodig. Mét accent.

Auw. Kramp in de vingers van de hoofdpersoon, door het krabben aan zijn baardje. De blik van de hoofdpersoon naar de man achter het toetsenbord, was niet mals. En hij had er kramp van gekregen. In zijn vingers. In zijn blik inmiddels… bíjna. De schrijver diende hem van repliek met ‘ik kan je maken en breken’, liet de hoofdpersoon voor nu met rust en ging verder.

De hoofdpersoon dacht terug aan de tijd dat hij nog atletiek deed. De O.S. was waar je het allemaal voor deed natuurlijk, dé Olympische Spelen. Maar nu dacht hij terug aan de O.J. Runs.
De Open Jamaican Runs waren geweldig om mee te maken. Als kleine Jamaicaanse jongen droomde je ervan om dit mee te mogen maken, laat staan mee te mogen doen. Het was alweer een aantal jaren geleden geweest dat hij dat voor het laatst had gedaan. Hij was wel de mán destijds. Nog steeds eigenlijk. Het was een geweldige happening. Internationale pers, aandacht van het vrouwelijk schoon. In iedere winkel op Jamaica was er wel een beeltenis van hem te zien. Hij was een cultheld in wording, ach… het kon niet op. Ook niet ín, terzijde gezegd. Of uit, laten we het daar maar helemáál niet over hebben. En alsof er trouwens ook nog normále Olympische Spelen zijn. Want ‘de Olympische Spelen’ zijn qua media-aandacht natuurlijk in NIETS te vergelijken met ‘dé Olympische Spelen’. En hij was de mán. Want? Alsof gewoon ‘man’, zonder accent als in het eerder genoemde ‘mán’, per ongeluk ‘vrouw’ zou betekenen. Echt niet.

Een priemende blik van de hoofdpersoon naar de schrijver. Het noodlot sloeg toe. Een hoge snelheid voerend object, een IFB,een Identified Flying Breinaald, erachteraan. Aha, dus tóch een breinaald, dacht de hoofdpersoon. De schrijver ging, na deze frontale aanval te hebben mogen meemaken, enigszins geïrriteerd en op zijn hoede, verder.

De hoofdpersoon had het een beetje gehad met zijn leven te leiden, te mijmeren in dit geval en continue onderbroken te worden, zo lieten zijn gedachten blijken. Hij was als kleine jongen, opgroeiend in Jamaica wel het één en ander gewend, maar merkte dat hoe ouder hij werd, mensen zich ook steeds volwassener gingen gedragen. In dit geval was dat dus niet zo. De schrijver blééf hem onderbreken en hij was het gewoon zat. De schrijver voelde zich ietwat beledigd. Hierdoor werd de atletiek-outfit die in een vitrine in de entree hing, vager, en begon vaag op een… American Football-outfit te lijken?! De hoofdpersoon pakte een slipper die naast zijn bed lag en gooide die naar de schrijver. De schrijver deed zijn best die te ontwijken (..ontwijkmanoeuvre…) maar dat lukte hem helaas deels. Het net gevulde glas whisky viel keihard op de grond. Dood. De schrijver was des duivels. En bedacht zich het één en ander.
De hoofdpersoon begon kleine stuiptrekkingen te krijgen. De atletiekschoenen in zijn kast met trofeeën, waren inmiddels op onverklaarbare wijze voorzien van een geheel ander logo. De schrijver strekte zijn vingers, spitste zijn gedachten op één, belangrijke, onvermijdelijke actie: wraak.

Terwijl de hoofdpersoon, wederom aan zijn baardje krabbend, uit zijn raam keek, zag hij dat het raam was getransformeerd in een raampje. Van een auto. Alhoewel, ‘een’ auto? Middels een tijd-, plaats- en ruimtematrix, was hij in ‘dé’ auto terechtgekomen. Midden op de snelweg. ‘Een’ snelweg. Maar inmiddels toch wel dé snelweg der snelwegen. Omringd door een colonne politiewagens. Racend als een gek. En hij zat zelf in een Bronco. ‘Nou ja’ en voorál ‘oh jee’, dacht O.J. Hij keek naast zich en zag een American Football-helm liggen. De mega-afro die hij inmiddels op zijn hoofd had in plaats van z’n dreadlocks, paste sowieso nog maar nét in de Bronco. ‘Díe helm…op déze afro..?!’, dacht hij, moeizaam hoofdschuddend vanwege de mega-afro. Hij dacht aan een droom, een disco.. of een film wellicht, maar het ‘naked gun’ wat zomaar in hem opkwam, zei hem niets. Toen hij de helm optilde, zag hij een zakje wiet en een oud verlept singletje liggen… ‘…Musical Youth…’ mompelde hij, inmiddels zonder Jamaicaans accent.
En ineens wist hij het. De puzzelstukjes vielen in elkaar. Hij ging niet bij dé politie, maar hij wist wel wat anders door deze tekenen. Een knipoog naar de schrijver was het logische gevolg. Hij was gered. Nadat hij het gaspedaal dieper had ingedrukt, kwam uit het allerlaatste restje, zijn lichaam verlatende Jamaicaanse wijsheden, ééntje ervan, héél zachtjes, in zijn geheel voorbij. Hij vatte een duivels plan waarmee hij dé dans zou kunnen ontspringen.

‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past…’ (*

(*- de originele versie is wegens irrelevantie ge-edit: ‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past en pass the dutchie aan mi rechterhand-zijde, wanteneh mi linkerhand-zijde is dead’, die niet jaren maar járen later werd aangevuld met ‘.., dead like Sanka’, red.

-# 2008