Een echte, fictieve steen

januari 5, 2009

Vraag je je af waar ik het vandaan heb, dan zal ik je dat bij deze, maar dan toch straks, uit de doeken doen. Het zat namelijk ingepakt in doeken, die steen, en ik heb het eruit gehaald. Nee, natuurlijk niet. Ook geen doekje. En ik wind er geen doekjes om: ik klaag er wel eens steen en been over, echter tot voor kort was er geen manier waarop ik dit moest benoemen. Zoals Jawat ooit eens repte over cirkels en één of andere hoek ‘in-een-vi-ci-eu-ze-cir-kel-heb-je.. geen-in-vals-hoek’ in één van zijn raps, liep ik steeds in hetzelfde rondje. Kon het niet pláátsen. Hoe doorbreek je dat? Je weet het, deed het, soms ietwat sneller, soms helemaal niet, soms direct. Maar hoe maak je het tastbaar? Pas geleden kwam een goede vriend van me echter met een suggestie.

Er is een steen op aarde die zo hard tegen je ‘innerlijke zelve’ aangeslagen kan worden, dat deze ervoor kan zorgen dat je bepaalde dingen gewoon.. doet. Ook zorgt die steen ervoor dat je bepaalde dingen.. níet meer doet. De steen waar ik het over heb, is eigenlijk gewoon een.. steen. De steen komt in vele vormen voor en is voor iedere situatie geschikt. Meestal heeft het te maken met timing. Het enige vervelende aan de steen is dat je op de één of andere manier je fantasie de vrije loop moet laten. Want iemand moet die steen dragen. En gebruiken. Om te slaan. Wanneer nodig. Aangezien ik het heb over een fictieve steen, daardoor niet minder écht, hoeft er geen énkel levend organisme, laat ik het zo noemen, ingeschakeld te worden. Dus ook geen aapje. Want dat werkt dus DUIDELIJK niet. Ik zal je straks vertellen waarom.

We waren net de twintig ingeduikeld en -gestruikeld en waren hevig onderhevig aan alcoholische versnaperingen. Bovendien vonden we het nog lekker ook, dus we maakten van de deugd een dolle vreugd. We waren op vakantie met zes man, vlakbij ‘the busiest sex-intersection of the universe’, (vooruitlopend op de release van de film Masters of the Universe®, ofwel.. He-Man®, wilde ik het zo doen, bij deze, red.) (red., je lult): Lloret. In het welbekende ‘Bumpers’, kreeg ik het voor elkaar om een leuk meisje af te wimpelen omdat ik, nou, misschien twéé seconden ervóór mijn zinnen had gezet op een ander meisje, waardoor mijn zin een bepaalde richting uitwees. Want wij waren toen ook nog jongens. Vandaar meisje. Maar dat terzijde. Maar ken je dat? Nee? Ik wel toen. Ik liep enigszins dronken naar dat meisje toe en volgens mij had ik gevraagd om met haar te dansen. Hier past alleen maar: gone with the wind, niets, nothing, nada, rien, Fanta zero, niente en geen éne reet. Ze disste me waar ik bijstond. ‘Waar ik bijstond’, nou ik overdrijf, just matter of speaking, want dat duurde net zo lang als dat ze me aankeek: een milliseconde. Weg. Ze liep gewoon weg. The Invisible Man was nog zichtbaarder dan de kuif van Wilders vergeleken met mijzelf. Ik zal je zelfs zeggen: Stevie Wonder zou zelfs nog meer van me zien als hij maar lang genoeg kijkt. Zij niet: weg. En hoewel we jongens waren, blijf ik een man, en tuurde vlug-ogig in dezelfde houding snel rond, maar dat eerste meisje: alláng weg. Ernstig. Ik draaide, met een bierflesje aan mijn lippen rechtsom om mijn as en keek in de rondte. Net op het moment dat ik enkel en alleen maar niet-kijkende, bezigheden hebbende, dronken gezichten had gezien, zag ik diezelfde vriend. Zitten. In een hoekje aan de bar. Als een dood vogeltje (wraak, red.) (red., laatste keer). Ik keek hem recht in z’n ogen aan en voelde zo ineens, nu achteraf kan ik het benoemen: die steen. Op mijn ‘innerljke zelve’. Dat is de steen voor dingen die je niet moet doen. Ik was niet alert en had het minder opzichtig moeten doen.

Het enige wat hij deed was in diezelfde houding zijn arm inclusief flesje optillen, als wilde hij met me proosten vanaf daar. Hij lachte erbij en het leek alsof mijn afwezige stenendrager/-slager voor hem een teken was om wakker te worden. Zijn vakantie was geslaagd. Ik zag het. Timing, want: tegelijk met de steenslag. Eerder heb ik gezegd dat hij het niet direct meer weet. Ik had het alleen maar over de steen. Dit incident staat buiten deze discussie. Dat lachje was er eentje in de trant van ‘voor zolang als je zult leven’. Het stenenverhaal is me nu helemaal duidelijk. Als kristal. Toen niet. Ik had een fictief mannetje moeten fantaseren. Als stenendrager/-slager. Dan had ik zo’n harde klap gehad.. natuurlijk op het moment dat het eerste meisje naar me toekwam. Dan was ik direct Yes-Man®. Vervolgens was ik met haar mee gevlucht om elkaar de hoeken van haar of hun of ons hotel of appartement te laten bestuderen. Binnenhuisarchitectuur.. mijn lust en mijn leven. Maar ik zei het al eerder en ik zeg het opnieuw: niets. Proost. De armbeweging alléén al, was genoeg. Welnu, tegenwoordig is het méér, ik maak het bekend: de armbeweging is mijn steen. Eventuele gevolgen van een afwezige stenendrager/-slager hebben zich toen en dáár voor het eerst op z’n lelijkst geopenbaard.

De kracht van de steen is mij niet bekend, maar er is één specifieke man op aarde die de gevolgen van die kracht nog dagelijks aan den lijve ondervindt. Want hij heeft niet geluisterd naar mij. ‘Geen énkel levend organisme’ zei ik. Ik denk namelijk dat Michael Jackson enkele decennia geleden een keer dúsdanig hard op zijn hoofd is geslagen met die steen, dat zijn afro en kleur er vanaf zijn gemept. Begrijp me niet verkeerd, maar dat is de realiteit. Dat zijn aangezicht enigszins geschonden is, weet iedereen, maar komt dat alleen maar door de kracht van de steen? Dat dat is gebeurd? Want na die éne, klaarblijkelijk fatále klap, heeft niemand, niks, zelfs geen levend organisme, bij geen énkele van de volop aanwezige gelegenheden de behoefte gehad om in te grijpen. En, sorry Michael, maar het waren er echt plenty. Dus is er iets misgegaan met zijn stenendrager/-slager. Ja. Met Bubbles dus. Bubbles de stenendrager/-slager.
Wat Bubbles de laatste vijf, zes, zeven, acht jaar aan het doen is, weten zelfs de apengoden niet, maar wèrken in ieder geval niet. Wat zij doen is één keer goed hard slaan, écht dus en vervolgens verdwijnt die specifieke steen. Die steen ligt ergens naast ‘timing’ en twee spelden, om het zoeken ietwat te vermakkelijken, in een hooiberg te liggen. Ik verdenk Bubbles er zelfs van dat hij een antibeweging op touw heeft gezet. ‘Wél levende organismen’ als stenendrager/-slager. Het schijnt namelijk, maar dat is slechts een gerucht, dat er nog een beroemdheid is ‘veroverd’ door die partij. En weet je wat ze doen, die Bubbles-klonen? Ze zorgen ervoor dat mensen gekke dingen gaan doen, al helemaal vreemde teksten gaan verkondigen en zich raar gaan gedragen door… simpelweg niet in te grijpen. Ze laten de mensen lijden door ze te laten leiden door invloeden van buitenaf. Drank, drugs, rock’n’roll, of reeds aanwezige gekte opvoeren tot 100% plus nog een emmer zand in de ogen van hun realiteitsbesef door die steenslag en de aan is boot, samen zonder de rape garen en de geperen bakken: iedereen is in de war. Dat komt door die klap die ze éénmalig geven, met een luizenleventje voor Bubbles & Co tot gevolg.

Ik verklap het, van die beroemdheid, als je belooft het niet verder te vertellen. Ach, eigenlijk maakt het niet uit welke van de twee, zijn achternaam is in ieder geval Simpson. En het is niet Bart. En ik bedoel niet Bart de Graaff. Maar dat is wel een voorbeeld, mocht je het je nog niet kunnen visualiseren. Lang geleden was hij een aapje en gooide hij met échte stenen. Tegenwoordig slaat ‘zijn’ zender om de zoveel tijd met stenen in de rondte op ‘innerlijke zelven’ van velen. En dat vind ik wel belangrijk. De ‘velen’ vind ik belangrijker dan de politiek. Maar de politieke discussie die voorafging aan de uitzending van de gewraakte uitzending van de donorepisode, geeft aan dat de fictieve stenendragers/-slagers daar niet actief zijn. En ernstig inactief en op non-actief bovendien.
Toen een dag later de microfoons letterlijk schrééuwden om nieuwe politieke teksten, werd duidelijk dat de avond ná de uitzending, een afvaardiging van de vliegende Bubbles-brigade bij heel politiek Den Haag aan huis is geweest. Met de éénmalige klap-stenen. De aan was boot.

Zie M. Jackson, zie H. Simpson, zie O.J. Simpson. En R. Kelly is helaas bezig aan te haken.

-# 2009

Een dag om nooit te vergeten… Zijn ogen gingen langzaam open. Hij dacht dat hij de avond ervoor tegen een tram aan was gelopen, dat was het allereerste wat in hem opkwam. Hij kon zich niets herinneren van die dag ervoor. Het felle licht van buiten scheen volop in zijn gezicht. De gordijnen waren opengebleven die nacht, zoveel was duidelijk. Mijn god, wat een fel licht, dacht hij. Alsof de zon een punt wilde maken: ‘ik ben de felste’. Vooruit, de zon wint deze slag. Alsof de zon concurrentie heeft. Eindhoven heeft zijn best gedaan om er als stad tegen op te boksen. We mogen concluderen dat ze dat niet is gelukt.

Met zijn uitgestrekte arm, houdt hij zijn rechterhand voor ogen. Richtte zich enigszins op, voor zover hij dat nog kon. Een pijnscheut door zijn lichaam. Auw. Een steek. Ergens. Vreemd. Ouderdom? Oude blessure? Verdwaalde breinaald? Een waterpijp? Vast een oude blessure. Hij wist het niet, maar hij wist op dat moment ook nog maar één ding: hoe pijn voelt. Vervolgens ging hij moeizaam zitten en krabde even aan zijn beginnende baardje. De laatste tijd had hij weinig tijd gehad om zijn baard structureel ‘in shape’ te houden. Hij deed het tegenwoordig alleen wanneer het hem uitkwam. Toch vond hij het niet erg. Het was een baardje van een dag of vier. Vandaag dan. Op deze Felle Zon-Dag®.
Worden baarden in het dagelijks leven trouwens vaker in dágen gemeten dan in céntimeters? Ja, waarom? En waarom worden, excuseer me dat ik hier eventjes op in ga, bij dit soort uitroepen, ‘dágen’ en ‘céntimeters’, steevast de ‘á’ en de ‘é’ benadrukt middels een accent? Wanneer je het hebt over négeren en negéren, dan praat je, en hier volgt een dubieus.. ‘inhoudelijk’, over hetzelfde. Dus is die benadrukking óók niet nodig. Mét accent.

Auw. Kramp in de vingers van de hoofdpersoon, door het krabben aan zijn baardje. De blik van de hoofdpersoon naar de man achter het toetsenbord, was niet mals. En hij had er kramp van gekregen. In zijn vingers. In zijn blik inmiddels… bíjna. De schrijver diende hem van repliek met ‘ik kan je maken en breken’, liet de hoofdpersoon voor nu met rust en ging verder.

De hoofdpersoon dacht terug aan de tijd dat hij nog atletiek deed. De O.S. was waar je het allemaal voor deed natuurlijk, dé Olympische Spelen. Maar nu dacht hij terug aan de O.J. Runs.
De Open Jamaican Runs waren geweldig om mee te maken. Als kleine Jamaicaanse jongen droomde je ervan om dit mee te mogen maken, laat staan mee te mogen doen. Het was alweer een aantal jaren geleden geweest dat hij dat voor het laatst had gedaan. Hij was wel de mán destijds. Nog steeds eigenlijk. Het was een geweldige happening. Internationale pers, aandacht van het vrouwelijk schoon. In iedere winkel op Jamaica was er wel een beeltenis van hem te zien. Hij was een cultheld in wording, ach… het kon niet op. Ook niet ín, terzijde gezegd. Of uit, laten we het daar maar helemáál niet over hebben. En alsof er trouwens ook nog normále Olympische Spelen zijn. Want ‘de Olympische Spelen’ zijn qua media-aandacht natuurlijk in NIETS te vergelijken met ‘dé Olympische Spelen’. En hij was de mán. Want? Alsof gewoon ‘man’, zonder accent als in het eerder genoemde ‘mán’, per ongeluk ‘vrouw’ zou betekenen. Echt niet.

Een priemende blik van de hoofdpersoon naar de schrijver. Het noodlot sloeg toe. Een hoge snelheid voerend object, een IFB,een Identified Flying Breinaald, erachteraan. Aha, dus tóch een breinaald, dacht de hoofdpersoon. De schrijver ging, na deze frontale aanval te hebben mogen meemaken, enigszins geïrriteerd en op zijn hoede, verder.

De hoofdpersoon had het een beetje gehad met zijn leven te leiden, te mijmeren in dit geval en continue onderbroken te worden, zo lieten zijn gedachten blijken. Hij was als kleine jongen, opgroeiend in Jamaica wel het één en ander gewend, maar merkte dat hoe ouder hij werd, mensen zich ook steeds volwassener gingen gedragen. In dit geval was dat dus niet zo. De schrijver blééf hem onderbreken en hij was het gewoon zat. De schrijver voelde zich ietwat beledigd. Hierdoor werd de atletiek-outfit die in een vitrine in de entree hing, vager, en begon vaag op een… American Football-outfit te lijken?! De hoofdpersoon pakte een slipper die naast zijn bed lag en gooide die naar de schrijver. De schrijver deed zijn best die te ontwijken (..ontwijkmanoeuvre…) maar dat lukte hem helaas deels. Het net gevulde glas whisky viel keihard op de grond. Dood. De schrijver was des duivels. En bedacht zich het één en ander.
De hoofdpersoon begon kleine stuiptrekkingen te krijgen. De atletiekschoenen in zijn kast met trofeeën, waren inmiddels op onverklaarbare wijze voorzien van een geheel ander logo. De schrijver strekte zijn vingers, spitste zijn gedachten op één, belangrijke, onvermijdelijke actie: wraak.

Terwijl de hoofdpersoon, wederom aan zijn baardje krabbend, uit zijn raam keek, zag hij dat het raam was getransformeerd in een raampje. Van een auto. Alhoewel, ‘een’ auto? Middels een tijd-, plaats- en ruimtematrix, was hij in ‘dé’ auto terechtgekomen. Midden op de snelweg. ‘Een’ snelweg. Maar inmiddels toch wel dé snelweg der snelwegen. Omringd door een colonne politiewagens. Racend als een gek. En hij zat zelf in een Bronco. ‘Nou ja’ en voorál ‘oh jee’, dacht O.J. Hij keek naast zich en zag een American Football-helm liggen. De mega-afro die hij inmiddels op zijn hoofd had in plaats van z’n dreadlocks, paste sowieso nog maar nét in de Bronco. ‘Díe helm…op déze afro..?!’, dacht hij, moeizaam hoofdschuddend vanwege de mega-afro. Hij dacht aan een droom, een disco.. of een film wellicht, maar het ‘naked gun’ wat zomaar in hem opkwam, zei hem niets. Toen hij de helm optilde, zag hij een zakje wiet en een oud verlept singletje liggen… ‘…Musical Youth…’ mompelde hij, inmiddels zonder Jamaicaans accent.
En ineens wist hij het. De puzzelstukjes vielen in elkaar. Hij ging niet bij dé politie, maar hij wist wel wat anders door deze tekenen. Een knipoog naar de schrijver was het logische gevolg. Hij was gered. Nadat hij het gaspedaal dieper had ingedrukt, kwam uit het allerlaatste restje, zijn lichaam verlatende Jamaicaanse wijsheden, ééntje ervan, héél zachtjes, in zijn geheel voorbij. Hij vatte een duivels plan waarmee hij dé dans zou kunnen ontspringen.

‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past…’ (*

(*- de originele versie is wegens irrelevantie ge-edit: ‘Wie de handschoen past, doet net of-tie hem niet past en pass the dutchie aan mi rechterhand-zijde, wanteneh mi linkerhand-zijde is dead’, die niet jaren maar járen later werd aangevuld met ‘.., dead like Sanka’, red.

-# 2008